Sinds vrijdag 20 januari 2012 is er een nieuwe verordening houdende het ondersteunen van het vrijetijdsaanbod binnen het jeugdbeleid.
Deze nieuwe verordening heeft als doel het vrijetijdsaanbod voor kinderen en jongeren te vergroten en de kwaliteit ervan te bewaken door de jeugdwerkinitiatieven en het ontstaan van nieuwe werkvormen in het jeugdwerk te stimuleren en te ondersteunen op basis van hun activiteiten
De tekst van de verordening lees je hier.
Wie bij die tekst de achtergronden en betekenis wil lezen: lees het memorie van toelichting hier.
Als je minder thuis bent in het ambtenarentaaltje, dan kan je hieronder de antwoorden lezen op veelgestelde vragen (FAQ).
Wat is dat: een verordening?
Wat staat er in de titel?
Wat is er nieuw?
Wat is dat: ondersteuning?
Hoe zal de VGC ondersteunen?
Wie kan de ondersteuning vragen en krijgen?
Hoe wordt de ondersteuning bepaald?
Wat is jeugdwerk?
Wat zijn de bevoegdheden van de VGC?
OPGELET! Er zijn nu ook nieuwe reglementen voor:
- ondersteuning van jeugdwerkprojecten
- ondersteuning van vakantieinitiatieven
Zowel de reglementen als de nieuwe aanvraagformulieren kan je op bovenstaande pagina's downloaden.
Wat is dat: een verordening?
Openbare besturen opereren binnen de perken van de wet. De VGC beweegt zich binnen de grenzen die de grondwet voorschrijft en de wetten die daaruit zijn afgeleid. De VGC houdt ook rekening met decreten die Vlaanderen uitvaardigt.
De VGC kan ook zelf ‘wetten’ maken. Die leggen een handelswijze op waar haar geledingen (het college en haar administratie) zich aan moeten houden. De burgers die van de VGC gebruik willen maken, krijgen zicht op hun rechten. Deze wetgeving wordt bij de VGC “verordening” genoemd.
De jeugdverordening is een kaderverordening. De algemene contouren van hoe de VGC het jeugdbeleid kan ondersteunen worden omschreven. Er staan nog geen details of praktische richtlijnen in. De regels voor de concrete toepassing van de jeugdverordening worden door het college uitgevaardigd. Deze reglementen moeten passen binnen de contouren van deze verordening.
Dus: voor wat het jeugdbeleid betreft, werd de rand van de puzzel volledig uitgelegd. De individuele stukjes worden nadien stuk voor stuk ingepast. Elke puzzelaar weet dat dit niet allemaal ineens kan gebeuren.
Wat staat er in de titel?
De titel van de vorige jeugdverordening (1997) was: “de erkenning en subsidiëring van lokale jeugdwerkverenigingen”. Dit betekende dat voor de VGC het culturele jeugdlandschap in Brussel enkel uit lokale verenigingen bestond. Dat landschap is ondertussen veel ruimer geworden. De Vlaamse overheid heeft zich daar systematisch met een reeks decreetwijzigingen aan aangepast. Daarom zijn we ook in de Vlaamse regelingen gaan neuzen om onze verordening een titel en een inhoud mee te geven.
In de titel “het ondersteunen van het vrijetijdsaanbod binnen het jeugdbeleid” bots je eerst op “ondersteunen”. Dit is een doe-woord, een actie die de VGC uitvoert en die heel wat ruimer wordt opgevat dan het vroegere “subsidiëren”.
Cultuur beperkt zich tot de vrije tijd, waar de tijd binnen het onderwijs of het werk als ‘verplichte tijd’ van kinderen en jongeren wordt beschouwd. Aanbod slaat dan op de activiteiten waar kinderen en jongeren bij betrokken zijn. Het vrijetijdsaanbod is een belangrijk werkterrein van verenigingen en organisaties van het jeugdwerk. Jeugdwerk en de ondersteuning ervan vormt een onderdeel van het jeugdbeleid.
Met “binnen het jeugdbeleid” begrijp je dat er naast de “ondersteuning van …” nog andere onderdelen van jeugdbeleid bestaan. Dat is ook zo. In het jeugdbeleidsplan (mee uitgewerkt door de Jeugdraad) staan talloze aandachtspunten die buiten de jeugdsector, zelfs buiten de VGC, behoren tot de leefwereld van kinderen en jongeren.
Wat is er nieuw?
Met deze jeugdverordening wordt een inhaalbeweging gemaakt van meer dan 15 jaar.
De vorige jeugdverordening beperkte de bewegingsruimte van jeugdbeleid tot:
- enkel lokale jeugdwerkverenigingen
- gedefinieerde werksoorten en functies (opdrachten) van verenigingen
- gedetailleerde regels voor de subsidieverdeling
In de loop van de jaren zijn er allerlei zijsporen bewandeld om de ontwikkelingen in het jeugdwerk te kunnen opvolgen.
Deze nieuwe jeugdverordening trekt de actieradius open en stroomlijnt.
In de doelstelling wordt duidelijk aangegeven:
- doel: een groter en beter vrijetijdsaanbod creëren (stimuleren)
- middel: ondersteunen (niet enkel met geld)
- wie: jeugdwerk en nieuwe werkvormen (ontwikkelen)
- hoe: op basis van activiteiten (één criterium)
Het vrijetijdsaanbod voor kinderen en jongeren is al lang geen monopolie meer van de lokale jeugdvereniging. Gemeentelijke speelpleinen en atelier- en vakantiewerking van gemeenschapscentra zijn daar voorbeelden van.
Wat is dat: ondersteuning?
Ondersteunen is meer dan jaarlijks een formulier invullen en subsidies opstrijken. Met de woorden “de gepaste materiële en immateriële diensten” wordt een ondersteuningsopdracht geformuleerd die onbeperkt is, op voorwaarde dat de middelen beschikbaar zijn.
We willen dat het aanbod toeneemt. Er moeten meer activiteiten voor meer kinderen en jongeren georganiseerd worden. We willen ook dat de kwaliteit toeneemt. Daarvoor stimuleren we het volgen van kadervorming. Ook de zorg voor betere lokalen, bruikbare materialen om uit te lenen en de hulp van de jeugddienst en beroepskrachten per werksoort dragen een steentje hiertoe bij. Gepaste samenwerking aangaan en medewerking zoeken kan altijd helpen, bijvoorbeeld bij gemeentelijke diensten. Sommige vormen van ondersteuning zijn niet in geld uit te drukken maar komen duidelijk de activiteiten ten goede.
Het spreekt vanzelf dat de subsidies niet verdwijnen. Naast een werkingssubsidie (zoals vroeger) worden in de verordening nog 3 andere subsidievormen opgesomd: voor projecten, voor een brede doelstelling, voor infrastructuren en lokalen.
Hoe zal de VGC ondersteunen?
Vroeger kreeg je subsidies omdat je een jeugdvereniging was: een jeugd- of jongerenbeweging, een atelier, een speelplein, een jeugdhuis, een WMKJ. Nu gaan we niet langer subsidiëren op basis van wie of wat je bent, maar wel op wat je doet. De activiteiten zijn de vertrekbasis om een organisatie te ondersteunen. Een activiteit is een zichtbare gebeurtenis gebonden aan plaats en tijd met een methode, deelnemers en middelen. De kenmerken van een activiteit zijn voor iedereen hetzelfde, jeugdwerk of niet.
Wie kan de ondersteuning vragen en krijgen?
Vragen staat vrij, maar krijgen is de kunst.
Vragen? Kort antwoord: alles en iedereen. Het jeugdwerk, de gemeenten, en alle anderen… zelfs informele groepjes kunnen ondersteuning vragen.
Wie zal ondersteuning krijgen?
Zij die door de VGC erkend kunnen worden als jeugdwerkinitiatief. En dat betekent onder de volgende voorwaarden:
- voldoen aan de definitie van jeugdwerk
- beantwoorden aan de bevoegdheden van de VGC
Hoe wordt de ondersteuning bepaald?
Het is het niet langer belangrijk ‘wie’ iets doet, maar wel ‘wat’ er gebeurt. We focussen nu op de activiteit van kinderen en jongeren of het aanbod voor de jeugd. Dit betekent dat voor de erkenning van een initiatief uitsluitend naar de activiteiten of het aanbod wordt gekeken en niet naar de aanbieder.
Dit heeft ook nadelen. Samenwerking wordt altijd aangemoedigd: door op een goede manier partners te betrekken kan het aanbod uitbreiden. Dezelfde activiteit kan echter maar eenmaal ondersteund worden. De VGC zal dus vermijden twee of meer partners te ondersteunen voor dezelfde activiteiten.
Wat is jeugdwerk?
Met jeugdwerk wordt een geheel van activiteiten bedoeld die de kenmerken dragen van het sociaal-cultureel werk, georganiseerd door de jeugd of door anderen voor de jeugd. Die activiteiten grijpen plaats in de vrije tijd, ze zijn educatief bedoeld en bevorderen de ontwikkeling. De deelnemers kiezen er zelf voor. Commercie is uitgesloten.
Wat zijn de bevoegdheden van de VGC?
Voor de bevoegdheden van de VGC worden in deze verordening drie “indicatieve elementen” aangegeven. Dat zijn elementen die door de (grond)wet aan de VGC zijn opgelegd. De VGC mag nooit over iets beslissen waarover ze geen beslissingsrecht heeft. In logische volgorde: de VGC is bevoegd voor Cultuur/jeugdbeleid, op het grondgebied van het Brussels gewest en voor Nederlandstaligen.
Voor wie grootse, wereldwijde plannen heeft, moet dit wel een griezelig enge beperking lijken. Maar let wel op: iedereen is volkomen vrij om allerlei activiteiten te organiseren voor wie en waar dan ook. Ook het gebruik van talen is vrij.
De VGC kan slechts die onderdelen ondersteunen waarvoor ze bevoegd is.