Home - Zoek - Sitemap - Contactinfo - Reageer - Vacatures - Links - Brussel in kaart
Algemeen Cultuur, Jeugd en Sport Welzijn en Gezondheid Onderwijs
Situering
Regeerakkoord
Financiën
Het College
De Raad
Administratie
Bibliotheek
Gemeenschapscentra
Scholen
logo vlaamse gemeenschapscommissie

Over het Brussels Nederlandstalig onderwijs

Leerlingentelling op 1 februari 1997



Op 1 februari van dit schooljaar organiseerde de Vlaamse Gemeenschapscommissie een officiële telling van kleuters, leerlingen en scholieren van Nederlandstalige scholen uit het Brussels hoofdstedelijke gewest. Deze telling geeft onder andere...
  • een indicatie over de evolutie van de instroom in het kleuteronderwijs (vooral de beperking tot 5 instapmomenten voor 2 1/2-jarige kleuters baarde de VGC en de basisscholen zorgen);
  • een inzicht in de samenstelling van de schoolbevolking naargelang de woonplaats, de gebruikelijke gezinstaal en de culturele achtergrond;
  • de mogelijkheid de doorstroming van kleuteronderwijs naar lager onderwijs en van lager onderwijs naar secundair onderwijs te analyseren.

Dit document geeft de resultaten van de drie onderwijsniveaus:


1. Kleuteronderwijs


1.1 Kleuteraantallen op 01.02.1996 en op 01.02.1997

Uit de onderstaande tabel blijkt dat het aantal kleuters op 1 februari 1997 gestegen is met 176 of met 2,03% in vergelijking met dezelfde datum tijdens het vorige schooljaar.

netaantal leerlingen evolutie
01/02/199601/02/1997aantalrelatief
gemeentelijk onderwijs
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
2610
2417
3648
2648
2449
3754
+38
+32
+106
+1.16%
+1.32%
+2.91%
totaal86758851+176+2.03%
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)

Ondanks de handicap van de slechts vijf instapmomenten, blijft het kleuteronderwijs in absolute aantallen stijgen. Dit jaar nam het aantal toe met 176 of 2,03%. Het is opvallend dat het vrij onderwijs meer dan 60% van deze stijging op zijn actief neemt.


1.2 Herkomst van de kleuters naargelang hun woonplaats

In de onderstaande tabel wordt nagegaan waar de kleuters wonen, waarbij enkel een onderscheid gemaakt wordt tussen woonachtig binnen en buiten het Brusselse hoofdstedelijk gewest (BHG).

netbinnen Brussels gewestbuiten Brussels gewesttotaal
aantalaandeelaantalaandeel
gemeentelijk onderwijs
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
2242
2071
2886
84.7%
84.6%
76.9%
46
378
868
15.3%
15.4%
23.1%
2648
2249
3754
totaal719981.3%165218.7%8851
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)

Meer dan 80% van de kleuters - 81,3% om precies te zijn - woont binnen het Brusselse hoofdstedelijk gewest. Dit impliceert dat amper 18,7% buiten de hoofdstad wonen. Toch is het opvallend dat het gemeentelijk en het gemeenschapsonderwijs voor "slechts" 15% recruteren buiten het BHG terwijl het vrij onderwijs nog bijna 25% van zijn kleuters van buiten dit gewest aantrekt.


1.3 Herkomst van de kleuters naargelang hun culturele achtergrond

In de onderstaande tabel wordt gepeild naar de culturele achtergrond van de kleuters en hun gezinnen, ongeacht hun nationaliteit.

netBelgische achtergrondbuitenlandse achtergrondtotaal
aantalaandeelaantalaandeel
gemeentelijk onderwijs
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
1396
1680
2710
52.7%
68.6%
72.2%
1252
769
1044
47.3%
31.4%
27.8%
2648
2449
3754
totaal578665.4%306534.6%8851
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)

34,6% van de kleuters heeft een buitenlandse en 65,4% van hen heeft een Belgische culturele achtergrond.


1.4 Herkomst van de kleuters naargelang hun gebruikelijke gezinstaal

Hier wordt een antwoord gegeven op de vraag welke taal de kleuters meestal in hun gezin spreken en horen.

nethomogeen Nederlandstaligtaalgemengde gezinnenhomogeen Franstalighomogeen anderstaligtotaal
aantalaandeelaantalaandeelaantalaandeelaantalaandeel
gemeentelijk onderwijs
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
403
317
943
15.2%
12.9%
25.1%
485
712
1081
18.3%
29.1%
28.8%
888
893
1006
33.5%
36.5%
26.8%
872
527
724
32.9%
21.5%
19.3%
2648
2449
3754
Totaal166318.8%227825.7%278731.5%212324.0%8851
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)

Het aantal kinderen uit homogeen Nederlandstalige gezinnen vormt met 18,8% een kleine minderheid in het kleuteronderwijs. Wanneer daar de kinderen uit taalgemengde gezinnen aan toevoegd worden, dan zijn er 3.941 of 44,5% waar het Nederlands in het gezin aanwezig is of kan zijn.

Deze beide categorieën samen geven per net een verschil van ongeveer 10%. Dat het vrij onderwijs met 53,9% de hoogste score behaalt, heeft zeker te maken met zijn sterkere recrutering buiten het Brusselse hoofdstedelijk gewest.


1.5 Eerste kleuterklas onderwijs

1.5.1 Vaste instapmomenten
In het Nederlandstalig onderwijs staat de deur na elke schoolvakantie open om kinderen op te vangen die 2 1/2 jaar oud geworden zijn. Tot het vorige schooljaar 1995-1996 konden deze kleuters het onderwijs stoppen vanaf het ogenblik dat zij 2 1/2 geworden waren, zonder de vijf instapmomenten te moeten afwachten. In het Franstalig kleuteronderwijs geldt deze regel nog altijd. En vermits in Brussel nog altijd de vrijheid van het gezinshoofd heerst en een inwoner van dit gewest dus vrij kan kiezen tussen gratis naar de Franstalige kleuterschool en betalend naar de Vlaamse voorschoolse sector...

Ondanks dit niet geringe gevaar kan vastgesteld worden dat het aantal kleuters van september 1996 tot februari 1997 toenam met 984 of 12,50%. Echter, vermits twee netten ons reeds meldden dat ongeveer 20% van de nieuwelingen niet meer kwam opdagen op het eerstvolgende instapmoment hebben wij de algemene cijfers van de laatste zes schooljaren (telkens spoedtelling en februaritelling) in onderstaande tabel op een rijtje gezet.

septembertellingfebruaritellingverschil
aantalrelatief
1991-1992
1992-1993
1993-1994
1994-1995
1995-1996
1996-1997
6914
7059
7178
7459
7614
7867
7812
7965
8143
8471
8675
8851
+898
+906
+965
+1012
+1061
+984
+12.99%
+12.83%
+13.44%
+13.57%
+13.93%
+12.51%
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)

Het is duidelijk : vijf schooljaren na mekaar neemt het verschil tussen de september- en de februaritelling stelselmatig toe. Enkel tijdens het schooljaar waarin het aantal instapmomenten tot vijf herleid wordt, daalt dit aantal... Het is duidelijker als de eerste kleuterklas apart wordt bekeken. Op 1 februari 1997 liepen 3.730 kinderen school in de eerste kleuterklas. Vorig schooljaar, op 01.02.1996, telden de eerste kleuterklassen 3.761 kinderen, wat impliceert dat er een daling met 31 of 0,82% plaatsvond.

1.5.2 Eerstejaarskleuters naargelang hun gebruikelijke gezinstaal
Vooral in het eerste kleuterjaar kan de trend in de schoolbevolking inzake de gebruikelijke gezinstaal achterhaald worden.
homogeen Nederlandstaligtaalgemengdhomogeen Franstalighomogeen anderstaligtotaal
aantalaandeelaantalaandeelaantalaandeelaantalaandeel
gemeentelijk onderwijs
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
176
140
362
15.9%
13.0%
23.4%
198
282
407
17.9%
26.1%
26.3%
383
431
428
34.7%
39.9%
27.7%
347
228
348
31.4%
21.4%
22.5%
1104
1081
1545
3730
totaal67818.2%88723.8%124233.3%92324.7%3730
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)

Amper 1.565 kleuters (42,0%) krijgen Nederlands te horen in hun gezin; de overige 2.123 (58,0%) hebben het Nederlands enkel als onderwijstaal.


1.6 Overstap van kleuter- naar lager onderwijs

Uit de derde klassen stappen de kleuters over naar het eerste leerjaar lager onderwijs. Uit de telling blijkt dat ruim 86% van de overstappende kleuters in het Nederlandstalig lager onderwijs zal terechtkomen; de overgrote meerderheid blijft in Brussel schoollopen. Dit zijn intenties van ouders.


2. Lager onderwijs


2.1 Leerlingenaantallen op 01.02.1996 en op 01.02.1997

De belangrijkste vaststelling in de onderstaande tabel, is dat het aantal leerlingen lager onderwijs opnieuw en voor het eerst sinds meer dan 20 jaar boven de 10.000 gestegen. Dit is een bevestiging van de spoedtelling op 1 september van het huidige schooljaar.

netaantal leerlingenevolutie
01/02/199601/02/1997aantalrelatief
gemeentelijk onderwijs
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
2202
2342
5165
2274
2429
5522
+72
+87
+357
+3.27%
+3.71%
+9.91%
totaal970910225+516+5.31
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)

Een stijging met 516 leerlingen of 5,31% tot 10.225 mag op zijn minst spectaculair genoemd worden. Ook hier neemt het vrije onderwijs de grootste hap (69,2%) van deze groei voor zijn rekening.


2.2 Herkomst van de leerlingen naargelang hun woonplaats

Hier wordt enkel nagegaan of de leerlingen binnen of buiten het Brusselse hoofdstedelijk gewest wonen.

netbinnen Brussels gewestbuiten Brussels gewesttotaal
aantalaandeelaantalaandeel
gemeentelijk onderwijs
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
1759
1924
3810
77.4%
79.2%
69.0%
515
505
1712
22.6%
20.8%
31.0%
2274
2429
5222
totaal749373.3%273226.7%10225
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)

Bijna drie vierden van de leerlingen woont binnen het Brusselse hoofdstedelijk gewest. Dat is toch nog 8% minder dan bij de kleuters.


2.3 Herkomst van de leerlingen naargelang hun culturele achtergrond

Hier wordt nagegaan hoeveel leerlingen, ongeacht hun nationaliteit, een Belgische of een buitenlandse culturele achtergrond hebben.

netBelgische achtergrondbuitenlandse achtergrondtotaal
aantalaandeelaantalaandeel
gemeentelijk onderwijs
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
1430
1826
4541
62.9%
75.2%
82.2%
844
603
981
37.1%
24.8%
17.8%
2274
2429
5522
totaal779776.3%242823.7%10225
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)

Nog geen vierde van de leerlingen heeft een buitenlandse culturele achtergrond, terwijl hun aandeel in het kleuteronderwijs meer dan één derde bedraagt.

Ook hier is het onderlinge verschil tussen de netten zeer opvallend : het aandeel van de leerlingen met een buitenlandse culturele achtergrond gaat van 17,8% in het VGO over 24,8% in het GO naar 37,1% in het OGO.

2.4 Herkomst van de leerlingen naargelang hun gebruikelijke gezinstaal

Een belangrijke overweging bij het bekijken van de onderstaande tabel is dat hier de gebruikelijke taal in de gezinnen van de leerlingen wordt weergegeven, en niet de kennis van de onderwijstaal bij de leerlingen.

nethomogeen Nederlandstaligtaalgemengdhomogeen Franstalighomogeen anderstaligtotaal
aantalaandeelaantalaandeelaantalaandeelaantalaandeel
gemeentelijk onderwijs gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
593
542
2043
26.1%
22.3%
37.0%
514
886
1731
22.6%
36.5%
31.3%
514
619
1133
22.6%
25.5%
20.5%
653
382
615
28.7%
15.7%
11.1%
2274
2429
5522
totaal317831.1%313130.6%226622.2%165016.1%10225
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)

Het aantal kinderen, dat thuis in contact komt of kan komen met het Nederlands (leerlingen uit homogeen Nederlandstalige of uit taalgemengde gezinnen), bedraagt 6.309 of 61,7%. In het kleuteronderwijs gaat het om 44,5%!

Netgewijze bekeken behalen de homogeen anderstaligen de hoogste score in het gemeentelijk onderwijs, zijn de taalgemengde het talrijkst in het gemeenschapsonderwijs en blijven de leerlingen uit homogeen Nederlandstalige gezinnen de numerieke bovenhand behalen in het vrij onderwijs.


2.5 Eerste leerjaar lager onderwijs

De eerste leerjaren lager onderwijs worden momenteel bevolkt door 2.200 leerlingen, hetzij 135 meer dan op 1 februari van het vorige schooljaar. Een belangrijke vraag die kan gesteld worden is waar de leerlingen in het eerste leerjaar hun kleuteronderwijs genoten hebben. Uit de tellingsgegevens blijkt dat hoofdleverancier voor de Brusselse lagere scholen het Nederlandstalig onderwijs zelf is: 2.050 (93,2%) van de leerlingen in het eerste leerjaar zijn overgekomen uit een Nederlandstalige kleuterschool in het Brusselse hoofdstedelijk gewest. Er blijken tevens nog 83 eerstejaarsleerlingen uit een Nederlandstalige kleuterschool in Vlaanderen terwijl er 35 overstappen uit het Franstalig kleuteronderwijs.



3. Secundair onderwijs


3.1 Aantal scholieren op 01.02.1996 en op 01.02.1997

netaantal scholieren evolutie
01/02/199601/02/1997aantal relatief
off. gesubs. onderwijs
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
1528
3115
7509
1509
3223
7251
-19
+108
-258
-1.24%
+3.47%
-3.44%
totaal1215211983-169-1.39%
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)

Opnieuw gaat het scholierenaantal in het secundair onderwijs achteruit. Dit jaar wordt een daling met 169 of 1,39% vastgesteld. De meest opvallende vaststelling is dat het gemeenschapsonderwijs gelukkig tegen de dalende trend ingaat en een stijging met 108 scholieren realiseert.


3.2 Scholieren naargelang de woonplaats

Hier wordt enkel nagegaan of de scholieren binnen of buiten het Brusselse hoofdstedelijk gewest wonen.

netbinnen Brussels gewestbuiten Brussels gewesttotaal
aantalaandeelaantalaandeel
gemeentelijk onderwijs
VGC
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
582
1684
2134
38.6%
52.2%
29.4%
927
1539
5117
61.4%
47.8%
70.6%
1509
3223
7251
totaal440036.7%758363.3%11983
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)

63,3% van de scholieren secundair onderwijs woont buiten het Brusselse hoofdstedelijk gewest; 36,7% woont erbinnen. In het kleuteronderwijs bedraagt het aandeel niet-Brusselaars amper 18,7% om in de lagere scholen 26,7% te bereiken. Onder 3.5.2 wordt dieper ingegaan op de woonplaats van de eerstejaarsscholieren.


3.3 Scholieren naargelang hun culturele achtergrond

Zonder naar nationaliteitsgegevens te peilen wordt hier nagegaan hoeveel scholieren een Belgische of een buitenlandse culturele achtergrond hebben.

netBelgische achtergrondbuitenlandse achtergrondtotaal
aantalaandeelaantalaandeel
off. gesubs. onderwijs
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
1369
2849
6873
90.7%
88.4%
94.8%
140
374
378
9.3%
11.6%
5.2%
1509
3223
7251
totaal1109192.6%8927.4%11983
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)

Amper 7,4% - toch 892 in aantal - van de scholieren heeft een buitenlandse culturele achtergrond. In het kleuter- en lager onderwijs bedraagt dit aandeel respectief 34,6% en 23,7%.


3.4 Scholieren naargelang hun gebruikelijke gezinstaal

Welke taal of talen gebruiken de scholieren in hun gezin? De onderstaande tabel geeft hierop een antwoord.

nethomogeen Nederlandstaligtaalgemengdhomogeen Franstalighomogeen anderstaligtotaal
aantalaandeelaantalaandeelaantalaandeelaantalaandeel
off. gesubs.
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
918
1838
5354
60.8%
57.0%
73.8%
315
841
1086
20.9%
26.1%
15.0%
140
302
597
9.3%
9.4%
8.2%
136
252
214
9.0%
7.5%
2.95%
1509
3223
7251
totaal811067.7%224218.7%10398.7%5924.9%11983
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)

Het zal niemand verwonderen dat de overgrote meerderheid van de scholieren in het gezin het Nederlands als omgangstaal heeft of kan hebben (homogeen Nederlandstaligen en taalgemengden samen 86,39%). Het is opvallend dat het vrij onderwijs in slechts beperkte mate af te rekenen heeft met "anderstaligheid" (73,8% scholieren uit homogeen Nederlandstalige gezinnen) terwijl de "echte anderstaligheid" (scholieren uit homogeen Franstalige en anderstalige gezinnen) reeds met 17 à 18% is doorgedrongen tot het gemeentelijk en het gemeenschapsonderwijs


3.5 Eerste jaar secundair onderwijs

Hieronder wordt nagegaan waar de eerstejaarsscholieren vandaan komen, zowel wat hun woonplaats als wat hun lager onderwijs betreft.

3.5.1 Eerstejaarsscholieren volgens hun schoolse herkomst

Waar hebben de 1.930 eerstejaarsscholieren hun lager onderwijs gevolgd?

netuit Nederlandstalig lager onderwijs binnen Brusseluit Nederlandstalig lager onderwijs buiten Brusseluit Franstalig lager onderwijsonbekend of andere herkomsttotaal
aantalaandeelaantalaandeelaantalaandeelaantalaandeel
off. gesubs. onderwijs
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
115
444
578
54.5%
76.2%
50.9%
70
130
526
33.0%
22.3%
46.4%
0
2
4
0%
0.3%
0.4%
27
7
27
1.4%
0.3%
1.4%
212
583
1135
totaal113758.91%72637.62%60.3%613.16%1930
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)

De belangrijkste recruteringsbron voor het secundair onderwijs in het Brusselse hoofdstedelijk gewest blijft vanzelfsprekend het Nederlandstalig onderwijs, waarbij dit in Brussel de kroon spant met bijna 59% van de eerstejaarsscholieren. De overstap van Vlaanderen naar Brussel, die 37,62% van de schoolpopulatie van het eerste jaar uitmaakt, mag zeker niet verwaarloosd worden. Uit het Franstalig onderwijs komt haast niemand .

Van de 1.398 leerlingen in de zesde leerjaren lager onderwijs stapten er 1.137 of 81,83% over naar het secundair onderwijs in de hoofdstad. Dit zijn er 110 meer dan de directies lager onderwijs "voorspeld" hadden.

Waar de 261 "verloren leerlingen" (1.398-1.137) terechtgekomen zijn, is niet met zekerheid te achterhalen. Toch wijst alles erop dat het grootste deel ervan overstapte naar een secundaire school in Vlaanderen terwijl een relatief grote minderheid in het Franstalig onderwijs terechtkwam.

3.5.2 Eerstejaarsscholieren volgens hun woonplaats
Voor het eerst werd concreet nagegaan waar de eerstejaarsscholieren exact wonen.
scholieren
aantalaandeel
Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Halle-Vilvoorde (arrondissement)
Leuven (arrondissement)
Antwerpen
Limburg
Oost-Vlaanderen
WestWest-Vlaanderen
Waals-Brabant
rest Wallonië
buitenland
873
880
99
4
1
16
3
19
7
1
45.8%
46.2%
5.2%
0.2%
0.1%
0.8%
0.2%
1.0%
0.4%
0.1%
totaal19.3100.0%
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)

(De 1.903 eerstejaarsscholieren stemmen overeen met het totale aantal eerstejaars (1.930 verminderd met 27 uit de onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers.)

Het is opvallend dat 92% van de eerstejaarsscholieren woonachtig is in Halle-Vilvoorde (880 of 46,2%) en in het Brusselse hoofdstedelijk gewest (873 of 45,8%). Op de derde plaats, maar met vele procenten achterstand, volgt het arrondissement Leuven met 99 scholieren of 5,2%.

 
Onderwijsbeleid van de VGC Leren Werken
contactinfo
loket
links

meer links

beleidsinfo

meer beleidsinfo