Home - Zoek - Sitemap - Contactinfo - Reageer - Vacatures - Links - Brussel in kaart
Algemeen Cultuur, Jeugd en Sport Welzijn en Gezondheid Onderwijs
Situering
Beleidsteksten
Financiën
Het College
De Raad
Administratie
Bibliotheek
Gemeenschapscentra
Scholen
logo vlaamse gemeenschapscommissie

Over het Brussels Nederlandstalig onderwijs

Leerlingentelling op 1 september 2000

 

Inleiding



De VGC telt tweemaal per jaar het aantal leerlingen in het Brussels Nederlandstalig onderwijs, namelijk begin september en, officieel zoals ook de Vlaamse Gemeenschap dat doet, op 1 februari.

Bij het begin van het schooljaar tellen wij de hoofden. Hoeveel kinderen zijn aanwezig in onze Vlaamse scholen in de hoofdstad? En hoe is de overstap van het kleuter- naar het lager en van het lager naar het secundair onderwijs verlopen?

De septembertelling is een numerieke momentopname, die gerelateerd wordt aan de tellingsgegevens voor heel Vlaanderen. Naar jaarlijkse gewoonte maakte immers het Vlaams Secretariaat voor het Katholiek Onderwijs (VSKO), op basis van de geboortecijfers van de laatste twintig jaar, een prognose van de leerlingenaantallen in het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Het VSKO verwachtte een daling in alle onderwijsniveaus, te weten:

  • min 444 of - 0,21% in het kleuteronderwijs;
  • min 532 of - 0,13% in het lager onderwijs
  • maar vooral - min 6.253 of - 1,50% in het secundair onderwijs.

Binnen deze cijfercontext gaat de VGC de leerlingenevolutie na in Brussel, waar de ouders vrij kunnen kiezen tussen het Nederlandstalig en het Franstalig onderwijs, en waar niet alleen het taalregime maar ook en vooral de kwaliteit van het onderwijs als keuzecriteria gelden.

De resultaten van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel zien er als volgt uit:

  • het kleuteronderwijs neemt toe met 194 kinderen of 2,24 %
  • het lager onderwijs groeit met 357 leerlingen of 3,12 % en
  • het secundair onderwijs verliest 6 scholieren of 0,05 %.

Op de drie niveaus zijn de resultaten beter, veel beter zelfs dan in de totaliteit van de Vlaamse Gemeenschap.


1. Kleuteronderwijs

De onderstaande tabel toont aan dat het aantal kleuters, in vergelijking met de septembertelling van 1999, steeg met 194 of 2,24%.
aantal kleutersverschil
01.09.199901.09.2000aantal relatief
gemeentelijk onderwijs
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
2504
2451
3711
2680
2424
3756
+176
-27
+45
+7.0%
-1.1%
+1.2%
totaal86668860+194+2.2%
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)


Het gemeentelijk onderwijs neemt het leeuwenaandeel in de groei en lijkt numeriek de tweede plaats afgedwongen te hebben.

De daling in het gemeenschapsonderwijs schijnt eigenaardig, maar is het niet: daar wordt in vergelijking met de voorgaande jaren een selectieve inschrijvingspolitiek gevoerd met het oog op de verhoging van de onderwijskwaliteit.

Opvallend is ook dat het aantal kleuters in alle klassen gestegen is: plus 73 in de eerste, plus 82 in de tweede en plus 39 in de derde kleuterklas. Betekent dit dat het aantal inschrijvingen in het eerste jaar afgeremd is? En dat het aantal zittenblijvers verhoogt? Verder onderzoek hierrond is nodig.


2. Lager onderwijs

Uit de onderstaande tabel blijkt dat het aantal leerlingen lager onderwijs in vergelijking met het vorige schooljaar toenam met 357 of 3,12%.
aantal leerlingenverschil
01.09.199901.09.2000aantal relatief
gemeentelijk onderwijs
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
2603
2804
6044
2724
2889
6195
+121
+85
+151
+4.6%
+3.0%
+2.5%
totaal1145111808+357+3.1%
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)

Rekening houdend met de jarenlange stijging van het aantal kleuters, lag een relatief grote winst in het lager onderwijs in de lijn der verwachtingen. Dat de groei zich in de drie netten situeert, kan ook geen verbazing wekken.

Ook de toekomst lijkt rooskleurig: in het zesde leerjaar zitten momenteel 1.604 leerlingen die tijdens het volgende schooljaar "vervangen" kunnen worden door de 2.765 kinderen die nu de derde kleuterklas bevolken.  


3. Secundair onderwijs

Zoals blijkt uit de onderstaande tabel kent het secundair onderwijs een zeer beperkt verlies van 6 scholieren of 0,05%.
aantal scholierenverschil
01.09.199901.09.2000aantal relatief
gemeentelijk onderwijs
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
1243
3194
6910
1152
3338
6851
-91
+144
-59
-7.3%
+4.5%
-0.9%
totaal1134711341-6-0.05%
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)


In vergelijking met de vijf vorige schooljaren, is de huidige terugval als een negatieve status quo.

Het is opvallend dat enkel in het gemeenschapsonderwijs winst geboekt wordt terwijl het gesubsidieerd onderwijs, zowel het officiële als het vrije, nog een terugval kent.

Toch blijft de opvallende vaststelling dat bij de overstap van de onpare naar de pare jaren een belangrijk aantal scholieren verloren gaat voor het Nederlandstalig secundair onderwijs in Brussel. Zittenblijvers inbegrepen, waarvan het aantal onbekend, verdwenen bij de overstap van het eerste naar het tweede, van het derde naar het vierde en van het vijfde naar het zesde jaar respectievelijk 66, 151 en 172. Dit is een totaal van 489! Anderzijds is het een verheugende vaststelling dat het aantal eerstejaarsscholieren, met inbegrip van de anderstalige nieuwkomers, opnieuw gestegen is met 24 of 1,15% (van 2.079 naar 2.103).

Onderstaande tabel geeft de cijfers, uitgesplitst in de eerste graad en de verschillende daarop volgende studierichtingen.

aantal scholierenverschil
01.09.199901.09.2000aantal relatief
eerste leerjaar A
eerste leerjaar B *
tweede leerjaar A
tweede leerjaar B
1891
188
1763
211
1832
271
1727
241
-59
+83
-36
+30
-3.12%
+44.15%
-2.04%
+14.22%
subtotaal40534071+18+0.44%
ASO
TSO
BSO
KSO
4269
1404
1151
470
4262
1370
1163
475
-7
-34
+12
+5
-0.16%
-2.42%
+1.04%
+1.06%
subtotaal72947270-24-0.33%
totaal1134711341-6-0.05%
(*) met inbegrip van de onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding) .


Bij het bekijken van deze tabel zijn er enkele belangrijke vaststellingen:

  1. In de eerste graad wordt een winst van 18 scholieren genoteerd met dien verstande dat de substantiële aangroei van 113 in de beroepsvoorbereidende jaren bijna volledig teniet gedaan wordt door het verlies van 95 in de A-jaren.
  2. Waar, in de tweede en de derde graad, het algemeen vormend en het technisch onderwijs een relatief klein verschil lijden, kennen het beroeps- en kunstsecundair onderwijs een relatief kleine stijging.

 

4. Overgang tussen kleuter/lager en lager/secundair

Zeker in het Brusselse hoofdstedelijk gewest, waar de ouders jaarlijks vrij de onderwijstaal van hun kind(eren) kunnen kiezen, zijn de overstap van kleuter- naar lager en van lager naar secundair onderwijs, belangrijke scharniermomenten.

De VGC vraagt de directies dan ook om het verloop van deze overstapmomenten weer te geven. Deze informatie is hoofdzakelijk gesteund op inlichtingen, verstrekt door de ouders. Het is bekend dat deze inlichtingen, in dit geval althans, niet altijd stroken met de echte overstapdaden van de kinderen. Het is immers niet onmogelijk dat een ouder eind juni vertelt dat zijn kind naar school X zal gaan terwijl het begin september op school Y zit. Daarom stelt de VGC bij de officiële telling op 1 februari de toetsvraag "waar komen uw eerstejaarsleerlingen en -scholieren vandaan?"



4.1. De overstap van kleuter- naar lager onderwijs

Eind juni 2000 kwamen 2.659 derdejaarskleuters in aanmerking om begin september over te stappen naar een lagere school. De onderstaande tabel toont waarheen die kinderen gegaan zijn.

aantal aandeel
OGOGOGVOtotaal
eigen lagere school
andere Nederlandstalige school in Brussel
Nederlandstalige school buiten Brussel
Franstalige lagere school
onbekende bestemming
in kleuterschool gebleven
497
65
11
66
75
42
514
64
31
65
64
52
869
75
29
63
31
46
1880
204
71
194
170
140
70.70%
7.67%
2.67%
7.30%
6.39%
5.27%
totaal75679011132659100%
(OGO: officieel gesubsidieerd onderwijs, GO: gemeenschapsonderwijs; VGC: vrij gesubsidieerd onderwijs)
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)


2.295 of 86,31% van de derdejaarskleuters van het schooljaar 1999-2000 werden in het Nederlandstalig onderwijs behouden. Daarvan blijven er 2.084 of 78,37% van de totaliteit in een Nederlandstalige lagere school in Brussel: 1.880 stapten over naar de eigen lagere school; 204 kwamen terecht in een andere Nederlandstalige school in Brussel; 71 maakten de overstap naar een lagere school in Vlaanderen en 140 - toch 5,27% ! - bleven in het kleuteronderwijs.

Amper 194 kleuters of 7,30% stapten over naar een Franstalige school en 170 of 6,39% vertrokken met een onbekende bestemming. Het veelbesproken verlies bij de overstap van kleuter- naar lager onderwijs is dus zwaar overroepen, vooral omdat de meeste kinderen op advies van hun directie of PMS-centrum opteerden voor een Franstalige lagere school.


4.2. Overstap van lager naar secundair onderwijs

Op het einde van het vorige schooljaar zaten 1.553 leerlingen in het zesde leerjaar lager onderwijs. De onderstaande tabel geeft aan waar zij na de grote vakantie terechtkwamen.

aantal aandeel
OGOGOGVOtotaal
Nederlandstalige secundaire school brussel
Nederlandstalige secundaire school buiten Brussel
Franstalige secundaire school
onbekende bestemming
in lagere school gebleven
257
28
4
10
4
314
29
20
16
10
640
113
70
32
6
1211
170
94
58
20
77.98%
10.95%
6.05%
3.73%
1.29%
totaal3033898611553100%
(OGO: officieel gesubsidieerd onderwijs, GO: gemeenschapsonderwijs; VGC: vrij gesubsidieerd onderwijs)
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)


Een eerste vaststelling spreekt een sloganeske, maar veel gehoorde uitspraak volkomen tegen: slechts 94 leerlingen of 6,05% stappen na het lager onderwijs over naar een Franstalige secundaire school. Meestal dan nog in het belang van de kinderen, zeggen de schooldirecties en PMS-centra.

Ook is het verheugend vast te stellen dat 1.211 leerlingen of 77,98% overstapten naar een Nederlandstalige secundaire school binnen Brussel. Anderzijds verlieten 170 leerlingen of 10,95% Brussel voor een secundaire school in Vlaanderen.

Maar de omgekeerde beweging moet nog veel groter zijn. Vanuit de vaststelling (zie tabel 4) dat de eerste leerjaren secundair onderwijs in Brussel bevolkt zijn met 2.103 scholieren van wie er 1.211 (zie tabel 6) afkomstig zijn uit de Nederlandstalige lagere scholen in Brussel, dan zijn er 892 van elders afkomstig. En men moet geen waarzegger zijn om te weten dat de overgrote meerderheid hiervan overgestapt is uit lagere scholen in het Vlaams landsgedeelte. Vlaanderen blijft dus een belangrijk "wingewest" voor het Nederlandstalig secundair onderwijs in de hoofdstad.

 
Onderwijsbeleid van de VGC Leren Werken
contactinfo
loket
links

meer links

beleidsinfo

meer beleidsinfo