Home - Zoek - Sitemap - Contactinfo - Reageer - Vacatures - Links - Brussel in kaart
Algemeen Cultuur, Jeugd en Sport Welzijn en Gezondheid Onderwijs
Situering
Beleidsteksten
Financiën
Het College
De Raad
Administratie
Bibliotheek
Gemeenschapscentra
Scholen
logo vlaamse gemeenschapscommissie

Over het Brussels Nederlandstalig onderwijs

Leerlingentelling op 3 september 2001


1. Inleiding

De VGC telt twee keer per jaar het aantal leerlingen in het Brussels Nederlandstalig onderwijs. In september is er een spoedtelling om een idee te hebben van het aantal leerlingen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Op 1 februari wordt de officiële telling georganiseerd zoals in de Vlaamse Gemeenschap.

De spoedtelling in september vraagt aan de directies hoeveel leerlingen er aanwezig zijn in hun scholen en hoe de overstappen verlopen van het kleuter- naar het lager en van het lager naar het secundair onderwijs. Zoals elk jaar vergelijken we deze cijfers met de prognoses van het Vlaams Secretariaat voor het Katholiek Onderwijs (VSKO). Op basis van de geboortecijfers wordt een algemene daling verwacht van het aantal leerlingen in Vlaanderen. Specifiek voor Brussel meent het VSKO dat:

  • het kleuteronderwijs met 1.51% zal stijgen
  • het lager onderwijs met 0.34% zal dalen
  • het secundair onderwijs met 0.88% zal stijgen.

In Brussel is de leerlingenevolutie echter niet zo eenvoudig vast te stellen op basis van de geboortecijfers omdat de ouders vrij kunnen kiezen tussen het Nederlandstalig of Franstalig onderwijs. Reeds een aantal jaren speelt deze keuzevrijheid in het voordeel van het Nederlandstalig basisonderwijs. De vraag rijst of deze trend zich voortzet. 


2. Algemene resultaten

De resultaten op 3 september 2001 geven volgend beeld :

  • het kleuteronderwijs kent voor het eerst in jaren een daling van 87 leerlingen of -1.0%.
  • het lager onderwijs groeit met 188 leerlingen of 1.6%, hoewel hier een verlies werd verwacht.
  • het secundair onderwijs stijgt met 44 leerlingen of 0.4%. In dit resultaat is evenwel een vestigingsplaats meer opgenomen dan vorige jaren, waardoor de cijfergegevens er eigenlijk niet zo positief uitzien. Zonder deze leerlingen, tekenen we een verlies op van 12 leerlingen of 0.1% tov van vorig jaar.

In de volgende delen bekijken we de cijfers van naderbij.


3. Kleuteronderwijs


Het kleuteronderwijs heeft voor het eerst in jaren minder kinderen, hoewel de prognose van het VSKO opnieuw een stijging inhield. Wat echter opvalt is dat enkel in het gemeentelijk onderwijs minder kleuters geteld worden, terwijl de twee andere netten een winst boeken.

In de eerste kleuterklas wordt het grootste verlies opgetekend en dit in het gemeentelijk onderwijs. Hier vermelden we onmiddellijk bij dat er in de kleuterklassen veel verschil kan zijn tussen de september- en februaritelling wegens de instroom van kleuters tijdens het jaar.

aantal kleutersverschil
03.09.200101.09.2000aantal relatief
gemeentelijk onderwijs
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
2528
2471
3774
2680
2424
3756
-152
47
18
-5.7%
1.9%
0.5%
totaal87738860-87-1.0%
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)



4. Lager onderwijs

Het aantal leerlingen in het lager onderwijs neemt toe met 188 of 1.6%. Deze toename was voorspelbaar daar het kleuteronderwijs al jaren meer leerlingen telt. De winst wordt opgetekend in de drie netten. Opmerkelijk hierbij is de winst van het gemeentelijk onderwijs (terwijl in het kleuteronderwijs dit net een groot verlies leed van het aantal leerlingen).

aantal leerlingenverschil
03.09.200101.09.2000aantal relatief
gemeentelijk onderwijs
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
2807
2967
6222
2724
2889
6195
83
78
27
3.0%
2.7%
0.4%
totaal11996118081881.6%
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)


Toch moeten we voorzichtig zijn met het positief resultaat, want de instroom van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar is gedaald met 49 leerlingen of 2% in vergelijking met vorig schooljaar. Voor volgend schooljaar ziet er het nog goed uit: normaal zullen 1669 leerlingen naar het secundair onderwijs vertrekken en " vervangen" worden door een groot deel van de 2747 kleuters die nu les volgen in de derde kleuterklas. Daar de cijfergegevens van de kleuters er nu ook op achteruit gaan, moeten we dit goed in het oog houden.


5. Secundair onderwijs

Het secundair kent dus (mits het bijtellen van de nieuwe vestigingsplaats) een kleine stijging van het aantal leerlingen. Zonder deze vestigingsplaats daalt het cijfer licht. Net als vorig jaar is deze daling echter minimaal.

aantal scholierenverschil
03.09.200101.09.2000aantal relatief
gemeentelijk onderwijs
gemeenschapsonderwijs
vrij onderwijs
1054
3446
6885
1152
3338
6851
-98
108
34
-8.5%
3.2%
0.5%
totaal1138511341440.4%
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)


In deze tabel valt onmiddellijk het verlies op van het officieel gesubsidieerd onderwijs. Het leerlingenverlies in het officieel gesubsidieerd secundair onderwijs duurt reeds een aantal jaren. Dit jaar is er een sterk leerlingenverlies in 3 van de 4 scholen. Deze daling is jammer omdat in dit net een aantal gespecialiseerde richtingen in het TSO en BSO wordt aangeboden.

Het gemeenschapsonderwijs en het vrij gesubsidieerd onderwijs kennen een aangroei van leerlingen. Ook zonder het bijtellen van de leerlingen van de "nieuwe" vestigingsplaats eindigt de balans in het secundair onderwijs voor het gemeenschapsonderwijs positief.

Kijken we meer gedetailleerd naar het aantal leerlingen, dan merken we dat het aantal leerlingen in het eerste leerjaar sterk toeneemt: leerjaar A +105 leerlingen of 5.7% en leerjaar B +22 leerlingen of 12.3%. In het tweede leerjaar geldt de stijging enkel voor de B-klassen (+36 leerlingen of 14.9%), terwijl de A-klassen minder leerlingen tellen dan voorgaand schooljaar (-71 leerlingen of -4.1%). Ook in de onthaalklassen tellen we minder leerlingen dan in 2000-2001.

De eerste graad van het secundair onderwijs sluit af met een winst van 85 leerlingen, wat positief is voor de verdere toekomst van het Nederlandstalig secundair onderwijs in Brussel.

In de tweede graad en derde graad zien we dat enkel het BSO een winst boekt van het aantal leerlingen. Deze winst is deels het gevolg van het meetellen van de leerlingen uit de 4de graad van het KTA-paramedisch instituut Mechelen dat een vestigingsplaats heeft in Jette. De andere onderwijsvormen tonen een globaal verlies van het aantal leerlingen. Zeker in het KSO is dit opvallend, daar slechts 4 vestigingsplaatsen deze onderwijsvorm inrichten.

Ten slotte blijven we voor de opmerkelijke vaststelling staan dat bij de overstap van de onpare naar de pare leerjaren heel wat leerlingen uit het Nederlandstalig Brussels onderwijs verdwijnen. Tussen jaar één en twee zijn het er 78, van jaar drie naar vier 153 en van vijf naar zes 261. In totaal zijn dat 492 leerlingen !

aantal scholierenverschil
01.09.200003.09.2001aantal relatief
onthaalklas
1ste leerjaar A
1ste leerjaar B
2de leerjaar A
2de leerjaar B
92
1832
179
1727
241
85
1937
201
1656
277
-7
+105
+22
-71
+36
-7.6%
+5.7%
+12.3%
-4.1%
+14.9%
subtotaal40714156+85+2.1%
ASO
TSO
BSO
KSO
4262
1370
1163
475
4214
1340
1263
412
-48
-30
+100
-63
-1.1%
-2.2%
+8.6%
-13.3%
subtotaal72707229-41-0.6%
totaal1134111385+44+0.4%
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)


6. Overgang kleuter/ lager en lager/secundair onderwijs


Ouders kunnen, zoals reeds gemeld, in Brussel vrij kiezen in welke onderwijstaal hun kind les zal volgen. De overstappen van het kleuter- naar lager en van lager naar secundair onderwijs zijn dus belangrijke scharniermomenten. Daarom vraagt de VGC de schooldirecties om deze overstap in kaart te brengen. Het betreft hier wel degelijk informatie die de directie kreeg van de ouders en niet om de feitelijke overstappen van de leerlingen. Bij de officiële telling op 1 februari wordt deze informatie getoetst met de vraag:" Waar komen uw eerstejaarsleerlingen en -scholieren vandaan".


6.1 Overstap van kleuter- naar lager onderwijs

Eind juni 2001 kwamen 2744 derdejaarskleuters in aanmerking om over te stappen naar het eerste leerjaar van het lager onderwijs. In onderstaande tabel wordt weergegeven waar deze leerlingen naartoe gaan.
 absoluutaandeel
de eigen lagere school199572,70%
een andere Nederlandstalige lagere school in Brussel2268,24%
een Nederlandstalige lagere school buiten Brussel722,62%
een Franstalige lagere school1726,27%
een onbekende bestemming1726,27%
"overzitten" in de derde kleuterklas1073,90%
Totaal2744100,00%
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)


Bijna 3 op 4 kleuters volgt nu les in de eigen lagere school. Een ander deel gaat naar een andere Nederlandstalige school in Brussel. Samengeteld blijkt dus dat 80.94% van de kleuters behouden blijft in het Nederlandstalige lager onderwijs in Brussel. Tellen we daarbij de 107 kleuters of 3.9% die de boodschap kregen om nog een extra jaar in de kleuterschool te verblijven, dan blijft bijna 85% van de kinderen in het Nederlandstalig onderwijs. Hier bovenop stappen nog eens 72 of 2.62% kleuters naar een Nederlandstalige school buiten Brussel. Slechts 172 kleuters vertrekken naar het Franstalige lager onderwijs. Eenzelfde aantal heeft een onbekende bestemming. Het behoud van het aantal leerlingen in het Nederlandstalig Brussels onderwijs bij de overstap van het kleuter- naar het lager onderwijs is dus groot.


6.2. Overstap van het lager naar het secundair onderwijs

Op het eind van het schooljaar 2001 zaten 1605 leerlingen in het zesde leerjaar van het lager onderwijs. Ook hier wordt vaak verteld dat heel wat leerlingen verloren gaan voor het Nederlandstalig secundair onderwijs. Onderstaande tabel toont aan dat de schooldirecties een ander beeld hebben van de overstappen.
 absoluutaandeel
een Nederlandstalige secundaire school in Brussel123777,07%
een Nederlandstalige secundaire school buiten Brussel16910,53%
een Franstalige secundaire school875,42%
een andere of onbekende bestemming925,73%
gebleven in het lager onderwijs201,25%
totaal1605100,00%
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)


De meeste leerlingen (1237 of 77.03%) opteren voor een Nederlandstalige school in Brussel. Slechts 87 leerlingen of 5.42% zegt les te zullen volgen in het Franstalig onderwijs. Van een ander deel leerlingen is geen bestemming gekend. Slechts 20 leerlingen moet blijven zitten. Groter is de overstap van leerlingen uit het Brusselse lager onderwijs naar het secundair onderwijs buiten Brussel: 169 leerlingen of 10.53% gaat naar Vlaanderen om les te volgen in het secundair onderwijs. Merken we echter op dat op 3 september 2001 in totaal 2138 leerlingen werden geteld in het eerste leerjaar van de eerste graad en "slechts" 1237 leerlingen afkomstig zijn uit een Brusselse lagere school, dan zijn er 901 leerlingen van elders afkomstig. De kans is zeer groot dat deze leerlingen afkomstig zijn van een lagere school in de Vlaamse Rand rond Brussel.


7. Vergelijking Brussels Nederlandstalig t.o.v. Franstalig onderwijs



Algemeen bedraagt het aandeel van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel 16.53% in 1999-2000. Dit is een kleine stijging tov 1996-1997. Er zijn echter verschillen tussen de onderwijsniveaus.

Het aantal kleuters neemt toe in het Franstalig en Nederlandstalig kleuteronderwijs. Het Nederlandstalig onderwijs maakt in 1999-2000 22.95% uit van de totale kleuterschoolbevolking in Brussel. Het aandeel blijft stijgen.

In het lager onderwijs zien we ook een stijging van het aantal leerlingen. Ook hier is het aandeel in 1999-2000 reeds opgelopen tot 15.09%.

Zowel in het Franstalig als in het Nederlandstalig onderwijs volgen minder leerlingen les in het secundair onderwijs. Het aandeel van de leerlingen in het Nederlandstalig onderwijs is gezakt tot 14.42%

 schooljaarBrussel totaalFranstalig ond.Nederlandst. ond.aandeel Ned. ond
Kleuter1980-19813657832163441512.07%
 1993-19944413233189 814318.45%
 1996-19974133432483885121.4%
 1999-20004249432744975022.95%
      
Lager1980-19818324574751849110.20%
 1993-19947127961937934213.11%
 1996-199769658594331022514.7%
 1999-200075781643421143915.09%
      
Secundair1991-199280892679251296716.03%
 1993-199480368679271244115.48%
 1996-199780584686011198314.9%
 1999-200078230669461128414.42%
      
totaal1993-19941935051630533045215.73%
 1996-19971912201602303105916.24%
 1999-20001965051640323247316.53%
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)
 
Onderwijsbeleid van de VGC Leren Werken
contactinfo
loket
links

meer links

beleidsinfo

meer beleidsinfo