Leerlingentelling op 1 september 1997
Inleiding
Samen met de VGC kijken velen in Brussel en Vlaanderen uit naar de evolutie van de schoolbevolking in het Nederlandstalig basis- en secundair onderwijs in het Brusselse hoofdstedelijk gewest. De kernvraag is dan doodsimpel : "Zijn er op 1 september 1997 meer of minder kinderen dan op 1 september 1996?" Vooraleer deze vraag te beantwoorden, worden hier de verwachtingen van en in Vlaanderen weergegeven: in vergelijking met het vorige schooljaar zou, op basis van de geboortecijfers, het aantal kleuters dalen met 2,06%, in het lager onderwijs een stijging met 1,60% genoteerd worden en in de scholen voor secundair een verlies van 1,54% opgetekend worden.
En hoe is de situatie nu in Brussel?
1. Kleuteronderwijs
Het kleuteronderwijs blijft stijgen! Dit jaar met 168 kinderen (+ 2,14%) van 7.867 naar 8.035. | 01.09.1996 | 01.09.1997 | aantal verschil | relatief verschil |
Gemeente Gemeenschap Vrij | 2350 2197 3320 | 2319 2303 3413 | -31 +106 +93 | -1.32% +4.82% +2.80% |
| Totaal | 7867 | 8035 | +168 | +2.14% |
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)
De verderzetting van de stijging wekt enigszins verwondering omdat :
- Vlaanderen op basis van de nataliteitsgegevens een verlies verwachtte.
- De Vlaamse Gemeenschap de toekomst van het kleuteronderwijs en derhalve ook van de daaropvolgende niveaus hypothekeert door momenteel het aantal instapmomenten in het kleuteronderwijs te beperken tot vijf, namelijk de eerste schooldag na de schoolvakantie volgend op de datum waarop een kind 2 jaar en 6 maanden geworden is. In het Franstalig kleuteronderwijs kan een kleuter nog steeds opgenomen worden vanaf de dag waarop hij 2 jaar en 6 maanden wordt.
Steekproeven tijdens het voorbije schooljaar hebben aangetoond dat circa 20% van de 2 1/2 jarigen, die door de Nederlandstalige kleuterscholen in Brussel moesten geweigerd worden wegens de nieuwe instapregeling, op de eerstvolgende instapdatum niet meer opdaagden in dezelfde school.
Ondanks deze terechte redenen tot ongerustheid kan met fierheid vastgesteld worden dat, voor het eerst in zijn geschiedenis, het aantal kleuters de 8.000 overstijgt.
2. Lager onderwijs
Ook het lager onderwijs blijft zijn numerieke opgang verderzetten: het aantal leerlingen stijgt met 339 (+ 3,31%) van 12.230 tot 10.569. | 01.09.1996 | 01.09.1997 | aantal verschil | relatief verschil |
Gemeente Gemeenschap Vrij | 2261 2433 5536 | 2376 2495 5702 | + 115 + 58 + 166 | + 5.09% + 2.38% + 3.00% |
| Totaal | 10230 | 10569 | + 339 | +3.31% |
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)
Niet buiten de verwachtingen wordt de in Vlaanderen verhoopte stijging door Brussel ruimschoots overtroffen : Brussel wint immers 3,31% en stijgt tot 10.569 leerlingen.
Vorig jaar rondde het Brussels Nederlandstalig onderrwijs voor het eerst sinds meer dan 25 jaar de kaap van de 10.000 leerlingen, dit jaar telt ditzelfde onderwijs al meer dan 10.500 leerlingen.
3. Secundair onderwijs
Op dit onderwijsniveau doet Brussel het niet beter dan Vlaanderen : waar Vlaanderen een verlies van 1,54% verwachtte, daar stelt Brussel een vermindering van 1,85% vast. Het aantal scholieren daalde immers met 220 van 11.914 tot 11.694. | 01.09.1996 | 01.09.1997 | aantal verschil | relatief verschil |
Gemeente Gemeenschap Vrij | 1484 3202 7228 | 1397 3240 7057 | - 87 + 38 - 171 | - 5,86% + 1.19% -2.37% |
| Totaal | 11914 | 11694 | - 220 | - 1.85% |
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)
Ook al is het procentuele verlies gelijkwaardig aan dat van Vlaanderen, toch zijn de oorzaken lang niet dezelfde. Vlaanderen kent een verlies op basis van de geboortecijfers die automatisch hun weerslag hebben op een kleiner aantal scholieren in het eerste jaar. Verwonderlijk en uitzonderlijk : in Brussel is het aantal eerstejaarsscholieren gestegen van 1.913 tot 1.959, hetzij met 46 of 2,40%.
Het verlies moet dus elders gesitueerd worden.
- In eerste instantie zijn er de definitieve sluiting van het Sint-Jorisinstituut, het niet meer organiseren van een eerstejaar door het T.I. Kardinaal Mercier en de fusie tussen KTA Sint-Agatha-Berchem en het KTA Anderlecht.
- Maar de hoofdoorzaak neemt intrigerende proporties aan: bij de overstap van het derde naar het vierde jaar gaan 110 scholieren verloren voor Brussel en bij de overstap van het vijfde naar het zesde nog eens 203. Waarschijnlijk vinden de niet geslaagden in het derde en het vijfde jaar - zij moeten hun tweede respectief derde graad in dezelfde school volgen - in Brussel geen gepaste opvang in het technisch of beroepssecundair onderwijs. De VGC zal de bestaande hiaten in het TSO en het BSO aanhangig maken bij de Vlaamse Gemeenschap om samen met haar een passende oplossing voor dit acute probleem te vinden.