Leerlingentelling op 1 september 1999
Inleiding
Op 1 september jongstleden verschenen in de pers de eerste cijfersgegevens over het nieuwe schooljaar 1999-2000. In heel Vlaanderen, Brussel inclusief, zou volgens de VUM-kranten: - het kleuteronderwijs met 5.700 kinderen of 2,8% dalen;
- het lager onderwijs met 4.000 leerlingen of 1,1% stijgen;
- het secundair onderwijs met 6.000 scholieren of 1,5% dalen.
Deze prognoses zijn hoofdzakelijk gebaseerd op de geboortecijfers. Maar wij weten dat deze norm in Vlaanderen een andere waarde heeft dan in Brussel. In principe kan een ouder in Vlaanderen zijn kinderen enkel naar een Nederlandstalige school sturen. In Brussel daarentegen heeft een gezinshoofd de vrije keuze tussen het Nederlandstalig en het Franstalig onderwijs. Gedurende de laatste tien à twintig jaren speelde deze keuzevrijheid in ons voordeel, maar niemand kan voorspellen dat deze trend zich ook nu en in de toekomst zal verderzetten.
Welke zijn de resultaten in de Brusselse scholen?
- het kleuteronderwijs kent een opmerkelijke stijging met 220 kinderen of 2,6%, een cijfer dat sterk contrasteert met de daling in Vlaanderen;
- het lager onderwijs blijft gebruik maken van de gestage groei in de kleuterscholen en neemt toe met 488 leerlingen of 4,5%, een resultaat dat de stijging in Vlaanderen ruimschoots overtreft;
- het secundair onderwijs conformeert zich aan Vlaanderen en verliest opnieuw 115 scholieren of 1,0%. Toch is het verlies kleiner dan in Vlaanderen.
1. Kleuteronderwijs
Uit de onderstaande tabel blijkt dat het aantal kleuters met 220 of 2,6% steeg van 8.446 tot 8666.
| aantal kleuters | verschil |
| 01.09.1998 | 01.09.1999 | aantal | relatief |
gemeentelijk onderwijs gemeenschapsonderwijs vrij onderwijs | 2418 2420 3608 | 2504 2451 3711 | +86 +31 +103 | +3.6% +1.3% +2.9% |
| totaal | 8446 | 8666 | +220 | +2.6% |
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)
De winst is gespreid over de drie netten, met dien verstande dat numeriek gesproken het vrij onderwijs opnieuw de koploper is en relatief gesproken het gemeentelijk onderwijs het voortouw neemt. In dit verband is het niet onbelangrijk op te merken dat slechts 11 van de 19 gemeenten Nederlandstalig kleuteronderwijs organiseren. Wellicht is het ook nog interessant om mee te delen dat de grootste stijging vastgesteld wordt in het eerste kleuterjaar, waar nu 3.189 kinderen zitten hetzij 131 meer dan tijdens het vorige schooljaar.
2. Overstap van het kleuter- naar het lager onderwijs
Zeker in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, waar elk gezinshoofd jaarlijks vrij de onderwijstaal van zijn kind(eren) kan kiezen, is de overstap van kleuter- naar lager onderwijs een bijzonder moment.
Wij hebben de schooldirecties dan ook gevraagd om ons het verloop van deze overstapmomenten weer te geven. Deze informatie is gesteund op inlichtingen die de ouders aan de directies geven, en niet op de feitelijke overstapdaden van de kinderen. In juni kan een gezinshoofd de directie, waarvan het afscheid neemt, meedelen dat zijn kind naar school X zal gaan terwijl de realiteit kan uitwijzen dat het kind eigenlijk in school Y terechtgekomen is. De toetsvraag "waar komen de eerstejaarsleerlingen lager onderwijs vandaan ?" wordt bij de officiële februaritelling gesteld.
Eind juni 1999 kwamen 2.547 derdejaarskleuters in aanmerking om over te stappen naar het eerste leerjaar lager onderwijs. Waarheen zouden deze kinderen gegaan zijn ?
| Aantal | Aandeel |
| naar de eigen lagere school | 1770 | 69.5% |
| naar een andere Nederlandstalige school in Brussel | 260 | 10.2% |
| naar een Nederlandstalige school buiten Brussel | 76 | 3.0% |
| naar een Franstalige lagere school | 188 | 7.4% |
| naar een onbekende bestemming | 145 | 5.7% |
| in het kleuteronderwijs gebleven | 108 | 4.2% |
| totaal | 2547 | 100.0% |
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)
Minstens 83,9 % van de overstappende kleuters behouden blijft in het Nederlandstalig basisonderwijs in Brussel: zij die naar de eigen lagere school gaan, zij die overstappen naar een andere Nederlandstalige school in Brussel en zij die in het derde kleuterjaar blijven. Daarenboven zijn er nog 3,0 % die in een Nederlandstalige lagere school buiten Brussel terechtkomen.
Amper 7,4 % -188 kleuters voor het ogenblik- zouden overgestapt zijn naar een Franstalige lagere school en 5,7 % (145 kleuters) zijn vertrokken met een onbekende bestemming.Het veelbesproken verlies bij deze overstap is dus bijna verwaarloosbaar, vooral omdat de overstap naar het Franstalig onderwijs meestal gebeurt op uitdrukkelijk advies van de Nederlandstalige directies en PMS-centra.
3. Lager onderwijs
Het aantal leerlingen lager onderwijs neemt met 488 of 4,5% toe van 10.963 tot 11.451. Voor het eerst overschrijdt het Brussels Nederlandstalig lager onderwijs de kaap van de 11.000!
| aantal leerlingen | verschil |
| 01.09.1998 | 01.09.1999 | aantal | relatief |
gemeentelijk onderwijs gemeenschapsonderwijs vrij onderwijs | 2495 2604 5864 | 2603 2804 6044 | +108 +200 +180 | +4.3% +7.7% +3.1% |
| totaal | 10963 | 11451 | +488 | +4.5% |
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)
Ook hier gaan de drie netten gevoelig vooruit waarbij het gemeenschaps-onderwijs het leeuwenaandeel verwerft. Deze numerieke groei zal zich ook in de nabije toekomst verderzetten. De zesde leerjaren zijn momenteel bevolkt met 1.559 leerlingen die volgend schooljaar zullen "vervangen" worden door de overgrote meerderheid van de 2.726 kleuters in de huidige derde kleuterklassen.
4. Overstap van het lager onderwijs naar het secundair onderwijs
Zeker in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, waar elk gezinshoofd jaarlijks vrij de onderwijstaal van zijn kind(eren) kan kiezen, is de overstap van lager naar secundair onderwijs een bijzonder moment.
Wij hebben de schooldirecties dan ook gevraagd om ons het verloop van deze overstapmomenten weer te geven. Deze informatie is gesteund op inlichtingen die de ouders aan de directies geven, en niet op de feitelijke overstapdaden van de kinderen. In juni kan een gezinshoofd de directie, waarvan het afscheid neemt, meedelen dat zijn kind naar school X zal gaan terwijl de realiteit kan uitwijzen dat het kind eigenlijk in school Y terechtgekomen is. De toetsvraag "waar komen de eerstejaarsleerlingen secundair onderwijs vandaan ?" wordt bij de officiële februaritelling gesteld.
Er wordt beweerd dat er bij de overstap van de lagere naar het secundaire scholen heel wat leerlingen verloren gaan voor het Nederlandstalig onderwijs.
| Aantal | Aandeel |
| naar een Nederlandstalige secundaire school in Brussel | 1107 | 77.1% |
| naar een Nederlandstalige secundaire school buiten Brussel | 156 | 10.9% |
| naar een Franstalige secundaire school | 80 | 5.6% |
| naar een andere onbekende bestemming | 79 | 5.5% |
| in het lager onderwijs gebleven | 14 | 1.0% |
| totaal | 1436 | 100.0% |
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)
Uit de bovenstaande tabel blijkt duidelijk dat amper 80 leerlingen of 5,6 % onze zesde leerjaren verlaten voor het Franstalig secundair onderwijs. Van een massaal verlies bij de overstap is er dus geenszins sprake.
De overgrote meerderheid van onze zesdejaarsleerlingen, 1263 of 88,0 % stapt over naar een Nederlandstalige secundaire school. Toch gaan er nog 156 van hen om nog onverklaarbare redenen naar een secundaire school in het Vlaamse landsgedeelte. Wellicht moeten wij hier in de toekomst meer aandacht aan besteden, onder meer met de doelgerichte promotionele actie naar de overstappen.
5. Secundair onderwijs
Zoals gezegd verliest het secundair onderwijs opnieuw: in vergelijking met het vorige schooljaar daalde het aantal scholieren met 115 of 1,0% van 11.462 tot 11.347. Deze daling is de op twee na laagste sinds het schooljaar 1989-90, jaar waarin de VGC ook het secundair onderwijs begon te tellen.
| aantal scholieren | verschil |
| 01.09.1998 | 01.09.1999 | aantal | relatief |
gemeentelijk onderwijs gemeenschapsonderwijs vrij onderwijs | 1306 3206 6950 | 1243 3194 6910 | -63 -12 -40 | -4.8% -0.4% -0.6% |
| totaal | 11462 | 11347 | -115 | -1.0" |
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding)
In het secundair onderwijs krijgt het officieel gesubsidieerd onderwijs de grootste klappen. Dit is des te opmerkelijk omdat dit net een aantal eerder gespecialiseerde richtingen in het technisch en beroepssecundair onderwijs aanbiedt. Anderzijds moet opgemerkt worden dat een groot deel van het totale verlies (35 van de 115 scholieren of 30,4%) veroorzaakt wordt door de volledige sluiting van het vrije Kardinaal Mercierinstituut te Schaarbeek, waar tijdens het vorige schooljaar nog de vierde en de zesde jaren georganiseerd werden. Daarenboven tellen wij in de zevende jaren TSO en BSO nu 36 scholieren minder dan vorig jaar. Tenslotte blijft opnieuw de opmerkelijke vaststelling staan dat bij de overstap van de onpare naar de pare jaren heel wat scholieren uit het Nederlandstalig onderwijs in Brussel verdwijnen: van één naar twee zijn dat er 80, van drie naar vier 141 en van vijf naar zes 254. Dit zijn in totaal 475 scholieren! Een lichtpunt is dat het aantal eerstejaarsscholieren, waarbij ook de anderstalige nieuwkomers geteld zijn, opnieuw steeg en nu met 25 of 1,2% (van 2.054 naar 2.079).
| aantal scholieren | verschil |
| 01.09.1998 | 01.09.1999 | aantal | relatief |
1ste leerjaar A !1ste leerjaar B 2de leerjaar A 2de leerjaar B | 1918 136* 1660 201 | 1891 188* 1763 211 | -27 +52 +103 +10 | -1.4% +38.2% +6.2% +5.0% |
| subtotaal | 3915 | 4053 | 138 | +3,5% |
ASO TSO BSO KSO | 4362 1430 1248 507 | 4269 1404 1151 470 | -93 -26 -97 -37 | -2.1% -1.8% -7.3% -7.3% |
| subtotaal | 7547 | 7294 | -253 | -3.3% |
| totaal | 11462 | 11347 | -115 | -1.0% |
(Overname van cijfers toegestaan mits bronvermelding) *: met inbegrip van de onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers
Hierbij twee belangrijke vaststellingen doen:
- In de eerste graad, namelijk de twee eerste leerjaren, wordt een winst geboekt van 138 scholieren, hetzij 3,5%.
- In de tweede en derde graden wordt verlies geboekt in de vier studierichtingen waarbij het beroepssecundair onderwijs numeriek de grootste verliezer is (- 97 scholieren). Zoals gezegd is de definitieve sluiting van het Kardinaal Mercierinstituut hiervoor de hoofdverantwoordelijke.