Home - Zoek - Sitemap - Contactinfo - Reageer - Vacatures - Links - Brussel in kaart
Algemeen Cultuur, Jeugd en Sport Welzijn en Gezondheid Onderwijs
Situering
Beleidsteksten
Financiën
Het College
De Raad
Administratie
Bibliotheek
Gemeenschapscentra
Scholen
logo vlaamse gemeenschapscommissie

www.vgc.be > onderwijs > Subsidies > brede opvang

Subsidies

 

Subsidies voor brede opvang: wat wel en wat niet?

Gesubsidieerde brede opvang:

  • wordt georganiseerd door de school voor de kinderen van de school, valt onder de verantwoordelijkheid van de school en vindt voornamelijk plaats in de infrastructuur van de school;
  • vindt plaats voor of na de dagelijkse schooltijd, tijdens de middag, op woensdagnamiddag en tijdens schoolvrije dagen;
  • is gericht op de brede ontwikkeling van alle kinderen van de opvang. Dat betekent dat kinderen in de brede opvang een aanbod en de nodige begeleiding krijgen om competenties te kunnen ontwikkelen.
  • sluit aan bij:
Activiteiten op verplaatsing

Activiteiten op verplaatsing komen in aanmerking voor subsidies als ze deel uitmaken van het programma van de brede opvang dat de school organiseert.

Komen niet in aanmerking voor subsidies:

- de opvang tijdens weekends, wettelijke feestdagen en schoolvakanties;
- opvanginitiatieven op school die via andere kanalen subsidies krijgen (bv. opvang georganiseerd door Initiatieven voor Buitenschoolse Opvang of IBO’s).
 

Inhoudelijke voorwaarden voor de toekenning van een subsidie


Het subsidiereglement maakt een onderscheid tussen ‘verplichte voorwaarden’ en een ‘bijkomende voorwaarde’.
Scholen die beantwoorden aan de verplichte voorwaarden, komen in aanmerking voor de basissubsidie. Scholen die beantwoorden aan de verplichte voorwaarden én aan de bijkomende voorwaarde, komen ook in aanmerking voor de bijkomende subsidie.

‘Verplichte’ voorwaarden


Het subsidiereglement telt drie voorwaarden waaraan de (vestigingsplaats van de) school verplicht moet beantwoorden om in aanmerking te komen voor de subsidie brede opvang:
I. De school werkt aan een kwaliteitsvolle opvang door de opvang te laten aansluiten bij het  pedagogische concept, het taalbeleid en het ouderbeleid van de school. De opvang moet een volwaardig onderdeel van de schoolwerking vormen en er moet oog zijn voor brede ontwikkelingskansen voor alle kinderen. 

II. De school werkt aan een kwaliteitsvolle opvang door te investeren in de professionalisering van de medewerkers van de opvang en te zorgen voor een wisselwerking tussen de medewerkers van de opvang en het team van leerkrachten.

III. De school werkt aan een kwaliteitsvolle opvang door rekening te houden met de kenmerken van de doelgroep van de school en door maximaal in te spelen op de noden en interesses van álle kinderen.

Een ‘bijkomende' voorwaarde

De (vestigingsplaats van de) school die aan de verplichte voorwaarden én aan de onderstaande bijkomende voorwaarde beantwoordt, komt in aanmerking voor een bijkomende subsidie.

De school werkt aan een kwaliteitsvolle opvang door actief samen te werken met externe partners  om zo de ontwikkelingskansen te verbreden. De school besteedt daarbij extra aandacht aan de interactie met de buurt, de wijk, de stad.

Subsidie-indicatoren


Om in aanmerking te komen voor een basissubsidie brede opvang moet de school vanaf het schooljaar 2012-2013 aantonen dat de opvang beantwoordt aan de drie verplichte inhoudelijke voorwaarden. Dat gebeurt aan de hand van de subsidie-indicatoren die bij elk van de voorwaarden horen: het gaat telkens om een verplichte indicator en enkele andere indicatoren.

Bij elke verplichte voorwaarde moet de school aantonen dat de opvang beantwoordt aan de verplichte (=1ste) subsidie-indicator en minstens aan nog een van de andere indicatoren.

De volgende schooljaren bouwt de school verder op de visie van brede opvang om zo procesmatig een kwaliteitsvolle opvang met professionele medewerkers te ontwikkelen.


Verplichte voorwaarde 1
 
‘De school werkt aan een kwaliteitsvolle opvang door de opvang te laten aansluiten bij het pedagogische concept, het taalbeleid en het ouderbeleid van de school. De opvang vormt een volwaardig onderdeel van de schoolwerking vormen en er moet oog zijn voor brede ontwikkelingskansen voor alle kinderen.'
 

Verplichte subsidie-indicator
    1. De school zorgt voor complementariteit en afstemming tussen het aanbod tijdens de schooluren en het aanbod in de opvang.
Andere subsidie-indicatoren

2. De school ontwikkelt mogelijkheden zodat kinderen zich breed kunnen ontwikkelen in de naschoolse context.

3. De school neemt initiatieven om van de opvang een taalrijke omgeving te maken die is afgestemd  op het taalbeleid van de school.

4. De school neemt initiatieven om ouders actief te betrekken bij de opvang, en zo aan te sluiten bij het ouderbeleid van de school. Zij geeft de ouders een actieve rol binnen de brede naschoolse opvang (ouderbetrokkenheid).

De school moet aantonen dat de opvang van de (vestigingsplaats van de) school binnen deze verplichte voorwaarde I beantwoordt aan de verplichte indicator (1) en minstens aan nog een van de andere opgesomde indicatoren.

Verplichte voorwaarde 2

‘De school werkt aan een kwaliteitsvolle opvang door te investeren in de professionalisering van de medewerkers van de opvang en door te zorgen voor een wisselwerking tussen de medewerkers van de opvang en het team van leerkrachten.’
 

Verplichte subsidie-indicator

1. De school zet voor de opvang medewerkers in die beschikken over een adequaat diploma, getuigschrift of attest. Als in de opvang van de vestigingsplaats van de school geen enkele medewerker is die de gepaste kwalificatie heeft, dan moet de school ervoor zorgen dat minstens één medewerker de opleiding 'begeleider in de buitenschoolse opvang' start.
Met een adequaat diploma, getuigschrift of attest wordt bedoeld:

        - een onderwijsdiploma; 
       - een kwalificatiebewijs zoals omschreven in het ministerieel besluit van 3 maart 2010 tot bepaling van de kwalificatiebewijzen voor medewerkers en verantwoordelijken van kinderopvangvoorzieningen; klik hier door voor het beknopt overzicht. 
        - een attest hoofdanimator in het jeugdwerk.
Lees hieronder meer over het VGC-opleidingsaanbod.

Andere subsidie-indicatoren

2. De medewerkers van de opvang volgen aanvullende vormingen of bijscholingen.

3. De medewerkers van de opvang die onvoldoende taalvaardig zijn, volgen een NT2-opleiding (aanbevolen: minstens taalniveau 2.3).

4. De school zet acties op om de samenwerking en de uitwisseling tussen het onderwijspersoneel en de medewerkers van de opvang te versterken.

5. De school besteedt voldoende aandacht aan het thema ‘brede opvang’ door het ter sprake te brengen op overlegmomenten met de medewerkers van de opvang.

6. De school onderneemt acties om de medewerkers van de opvang te ondersteunen bij een taalstimulerende aanpak aansluitend bij het taalbeleid van de school.

7. De school onderneemt acties om de medewerkers van de opvang te ondersteunen op het vlak van ouderbetrokkenheid in het kader van het ouderbeleid op school.

 

Het VGC-opleidingsaanbod

Om de Brusselse scholen te ondersteunen bij de professionalisering van de medewerkers van de opvang biedt de algemene directie Onderwijs en Vorming van de VGC, in samenwerking met CVO-Brussel, een opleiding ‘begeleider in de buitenschoolse opvang’ aan voor Brusselse scholen. Voor meer informatie kunt u terecht bij Anissa Jerraia (02 528 09 50, anissa.jerraia@cvobrussel.be).

Verplichte voorwaarde 3

‘De school werkt aan een kwaliteitsvolle opvang door rekening te houden met de kenmerken van de doelgroep van de school en door maximaal in te spelen op de noden en interesses van álle kinderen.’

Verplichte subsidie-indicator

1. De school heeft inzicht in de Brusselse grootstedelijke en meertalige context (onder andere armoede, kansarmoede, meertaligheid …) en de consequenties daarvan en ze vertaalt deze inzichten in de aanpak en de invulling van de opvang.

Andere subsidie-indicatoren

2. De school leert de ideeën kennen die leerkrachten en personeel van de opvang hebben over de noden en de interesses van de kinderen van de opvang. Zij onderneemt acties om kindkennis uit te wisselen tussen het onderwijspersoneel en de medewerkers van de opvang om zo de ontwikkelingskansen te maximaliseren.

3. De school hanteert in de opvang van de (vestigingsplaats van de) school werkvormen die de actieve betrokkenheid van leerlingen aanmoedigen (leerlingenparticipatie).

4. De school werkt in de opvang drempelverlagend aan een aanbod dat is afgestemd op de doelgroep van de school. Om dat te kunnen realiseren koopt de school specifieke materialen aan, afgestemd op de brede ontwikkeling van kinderen.

5. De school creëert variatie in de werking van de opvang om in te spelen op de diversiteit van kinderen (leeftijd, talenten, interesses, taalvaardigheid …). Het aanbod van de opvang houdt rekening met de verschillende culturele, etnische, religieuze en sociaal-economische achtergronden van de leerlingen en met hun leefwereld.

Om in aanmerking te komen voor een basissubsidie moet de opvang (van de vestiging) van de school binnen deze verplichte voorwaarde III beantwoorden aan de eerste indicator en aan minstens een van de vier andere indicatoren waaruit de school kan kiezen. 
 

Bijkomende subsidie

Om in aanmerking te komen voor een bijkomende subsidie moet de school vanaf het schooljaar 2012-2013 ook aantonen dat de opvang beantwoordt aan de bijkomende voorwaarde. Dat gebeurt aan de hand van de twee onderstaande subsidie-indicatoren.


‘De school werkt aan een kwaliteitsvolle opvang door actief samen te werken met externe partners in functie van het verbreden van ontwikkelingskansen. De school besteedt daarbij extra aandacht aan de interactie met de buurt, de wijk, de stad.’

Verplichte subsidie-indicatoren
  1. De (vestigingsplaats van de) school werkt voor de organisatie van activiteiten samen met partners uit de schoolbuurt, de wijk, de stad (educatieve organisaties, sportverenigingen, wijkcentra, ouders, ...) om via dit aanbod bredere ontwikkelingskansen voor de kinderen te realiseren. De school speelt daarbij in op aanwezige mogelijkheden en troeven in de omgeving.
  2. De school ontwikkelt samen met partners uit de buurt, de wijk, de stad een visie op het vlak van brede competentieontwikkeling. De kansen en mogelijkheden, noden en de tekorten van de kinderen moeten daarbij het uitgangspunt vormen.


Berekening van de subsidie

De subsidie voor de brede opvang wordt toegekend aan de hoofdschool en wordt berekend per vestigingsplaats waar de school brede opvang organiseert. De subsidie bestaat uit een basissubsidie en eventueel een bijkomende subsidie.

De basissubsidie

Als de opvang op de betrokken vestigingsplaats beantwoordt aan de drie verplichte voorwaarden, dan krijgt de school, per schooljaar, een basissubsidie.
Het bedrag van de basissubsidie wordt berekend in functie van de begeleiders-leerlingenratio: de basissubsidie is hoger naargelang het aantal kinderen per begeleider lager is. De subsidie wordt op die manier berekend om de kwaliteitsverbetering van de opvang aan te moedigen.
De basissubsidie bedraagt minimaal 2.200 EUR en maximaal 5.000 EUR per vestigingsplaats.

Rekening houdend met de kenmerken van de leerlingen van de school kan de subsidie verhoogd worden met 15%.

De bijkomende subsidie

Als de opvang op de betrokken vestigingsplaats beantwoordt aan de verplichte voorwaarden én aan de bijkomende voorwaarde, dan krijgt de school, per schooljaar, een bijkomende subsidie. De bijkomende subsidie heeft als doel om de samenwerking met schoolexterne partners (bv. educatieve organisaties, buurtgerichte partners, ouders …) aan te moedigen.

Het bedrag van de bijkomende subsidie wordt bepaald in functie van het aantal uren dat een vestigingsplaats tijdens het voorbije schooljaar heeft samenwerkt met een partner: hoe meer uren ingerichte activiteiten met de kinderen, hoe groter het subsidiebedrag. De bijkomende subsidie bedraagt maximaal 2.500 EUR.

Rekening houdend met de kenmerken van de leerlingen van de school kan de subsidie verhoogd worden met 15%.
 
Besteding van de subsidie

  • De toegekende subsidie moet worden gebruikt voor de realisatie van een of meerdere doelstellingen van het subsidiereglement. Die doelstellingen zijn:
    • professionalisering van het personeel van de opvang;
    • rekening houden met de kenmerken van de doelgroep van de (vestigingsplaats van de) school en maximaal inspelen op de noden en de interesses van álle kinderen van de opvang;
    • bevorderen van de brede ontwikkeling van álle kinderen in de opvang, met extra aandacht voor de interactie met de buurt, de wijk, de stad en de samenwerking met partners.
  • De toegekende subsidie kan worden gebruikt voor de opvang voor of na de dagelijkse schooltijd, tijdens de middag, op woensdagnamiddag en tijdens schoolvrije dagen.
  • De toegekende subsidie kan worden gebruikt voor de volgende doeleinden van de vestigingsplaats:
    • voor personeelskosten van de opvang;
    • voor vorming van personeel van de opvang;
    • voor werkingskosten van de opvang, waarbij maximaal 30% van de subsidie mag worden besteed aan de aankoop van materialen;
    • voor samenwerking met partners in de opvang;
    • voor verplaatsingen van kinderen tijdens de opvang: maximaal 30% van de subsidie;
    • voor de uitbouw van een sociaal prijzenbeleid om álle kinderen maximaal te laten participeren aan de brede opvang: maximaal 30% van de subsidie.


De subsidieprocedure

STAP 1: de subsidieaanvraag

  • De hoofdschool stuurt het aanvraagformulier als bijlage bij een e-mail naar onderwijs.bredeopvang@vgc.be. U moet voor elke vestigingsplaats een formulier invullen.
  • Vermeld bij elke communicatie over uw subsidiedossier telkens het instellingsnummer van de school;
  • Hou rekening met de uiterste indieningsdata: 30 mei van het schooljaar dat eraan voorafgaat.

STAP 2: de behandeling van de subsidie

  • De algemene directie Onderwijs en Vorming behandelt alleen subsidieaanvragen die volledig en duidelijk werden ingevuld en die op tijd werden ingediend.
  • De subsidie, berekend per vestigingsplaats, wordt aan de hoofdschool toegekend door de collegevoorzitter van de VGC, bevoegd voor Onderwijs en Vorming.
  • Na de toekenning van de subsidies ontvangt u een bevestigingsbrief en wordt de subsidie in één schijf uitbetaald op het rekeningnummer van de hoofdschool.

STAP 3: de besteding van de subsidie

  • U besteedt de subsidie specifiek voor de brede opvang van de (vestigingsplaats van de) school, zoals hoger omschreven onder ‘Besteding van de subsidie’.
  • U vermeldt in alle communicatie de steun van de Vlaamse Gemeenschapscommissie volgens de modaliteiten van het stijlhandboek zoals omschreven op de website http://stijlhandboek.vgc.be. De scholen behoren tot categorie C van het stijlhandboek.

STAP 4: de verantwoording van de subsidie

  • De inhoudelijke en de financiële verantwoording van het gebruik en de besteding van de subsidie moeten in het bezit zijn van de algemene directie Onderwijs en Vorming uiterlijk op 30 mei van het lopende schooljaar.
  • U gebruikt daarvoor het verslagformulier, dat u volledig en duidelijk invult.
  • De bewijsstukken van de besteding van de subsidie moeten minstens twee jaar op school worden bewaard.

STAP 5: de controle op het gebruik van de subsidie

  • De algemene directie Onderwijs en Vorming oefent toezicht uit op het gebruik van de subsidie. Zij kan steekproefsgewijs de bewijsstukken van de besteding van de subsidie opvragen of ze tijdens een werkbezoek op school inkijken.
  • Als bij de controle onrechtmatigheden worden vastgesteld, dan kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.


De subsidieformulieren

U vindt alle subsidieformulieren op de website www.vgc.be/onderwijs/subsidies.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u terecht bij de algemene directie Onderwijs en Vorming, Rose Limpens (02 563 04 75, rose.limpens@vgc.be).

 
Onderwijsbeleid van de VGC Leren Werken
contactinfo
loket