Collegebesluit nr. 94/52
Collegebesluit nr. 94/52
------------------------
02 maart 1994
Besluit houdende de uitvoering van de verordening nr. 93/07 voor do subsidiëring van activiteiten extra muros in het Nederlandstalig onderwijs in het Brusselse hoofdstedelijk Gewest
Het College,
Gelet op de artikelen 127, 128, 135, 136, 163, 166 en 178 van de gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994 ;
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, gewijzigd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988;
Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen;
Gelet op de bijzondere wet van 5 mei 1993 betreffende de internationale betrekkingen van de gemeenschappen en de gewesten;
Gelet op de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur;
Gelet op de verordening nr. 93/07 van de Vlaamse Gemeenschapscommissie van 02 maart 1994 houdende de subsidiëring van activiteiten extra muros in het Nederlandstalig onderwijs in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, inzonderheid artikel 5 §1;
Gelet op het advies van de advieswerkgroep Para- en Postscolaire Activiteiten, gegeven op 29 juni 1993, de gezamenlijke vergadering van de advieswerkgroepen Onderwijs en Para- en Postscolaire Activiteiten op 9 november 1993 en het eindadvies van de advieswerkgroep Para- en Postscolaire Activiteiten op 23 november 1993;
Na beraadslaging,
Besluit
I. MEMORIE VAN TOELICHTING
1. UITGANGSPUNTEN
- Dit Collegebesluit regelt de concrete modaliteiten waaronder de deelname aan activiteiten extra muros gesubsidieerd wordt ter uitvoering van de verordening terzake, inzonderheid artikel 5 §1.
- Dossierelementen waarvoor normerende criteria ontbreken worden geïnterpreteerd in overleg tussen de advieswerkgroep Para- en Postscolaire Activiteiten en de administratie.
2. COMMENTAAR BIJ BEPAALDE ARTIKELEN
Artikel 3.-
Het aanvraagdossier bestaat uit voorgedrukte formulieren die de administratie jaarlijks naar de Nederlandstalige scholen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verstuurt en die op elk moment door de scholen kunnen aangevraagd worden.
II. COLLEGEBESLUIT
Artikel 1.-
Hierna volgt een uitvoeringsbesluit bij de verordening nr. 93/07 van de Vlaamse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 02 maart 1994 houdende subsidiëring van activiteiten extra muroa in het Nederlandstalig onderwijs in het Brusselse hoofdstedelijk gewest.
H00FDSTUK I :DE SUBSIDIERING
Artikel 2.-
Het College van de Vlaamse Gemeenschapacommisaie subsidieert de deelname aan activiteiten extra muros die voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 4 van de bovengenoemde verordening en aan de bepalingen van dit uitvoeringsbesluit.
Artikel 3.-
Het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie stelt een globale subsidie ter beschikking die moet aangewend worden om een bijdrage te leveren in de kosten verbonden aan de deelneming aan activiteiten extra muros en in het bijzonder geen enkele leerling omwille van financiële redenen uit te sluiten.
Artikel 4.-
De subsidieberekening geschiedt à rato van 200 BEF (5 EUR) per overnachting en per leerling.
Er worden maximum vijf overnachtingen in aanmerking genomen.
Het subsidiebedrag mag de kostprijs van de overnachtingen niet overschrijden.
HOOFDSTUK II :DE PROCEDURE
Artikel 5.-
§l.De organisator maakt zo snel mogelijk en ten minste 4 maanden vooraf zijn voornemen tot het organiseren van een activiteit extra muros schriftelijk bekend aan de Administratie.
§2.De organisator ontvangt richtlijnen die de actuele prioriteiten in de sector Onderwijs duidelijk maken en de nodige formulieren voor de aanvraag en het verslag.
§3.De organisator vermeldt "met de medewerking van de Vlaamae Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest" bij de informatie die aan de deelnemers verstrekt wordt.
Artikel 6.-
§l.De aanvraag bevat onder meer de identificatiegogevens van de organisator, de naam van de school en deelnemende klassen, een beschrijving van het pedagogisch project, een opgave van het totaal aantal ingeschreven deelnemers en een begroting waaruit de voorgenomen aanwending van de subsidie blijkt.
§2.De aanvraag wordt ten minste een maand voor de activiteit bij de Administratie ingediend.
Artikel 7.-
§1.Het verslag bevat onder meer de wijze waarop aan de actuele prioriteiten in de sector Onderwijs werd beantwoord, de concrete realisatie van het pedagogisch project, een opgave van het totaal aantal deelnemende leerlingen en een financieel overzicht waaruit de aanwending van de subsidie blijkt.
§2.Uiterlijk één maand na de activiteit dient de organisator het verslag in bij de Administratie.
Artikel 8.-
Alle documenten en inlichtingen die noodzakelijk geacht worden voor de berekening van de subsidies en/of voor de financiële controle moeten aan de Administratie van het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie verstrekt worden.
Artikel 9.-
De subsidie wordt uitgekeerd door overschrijving op een post- of bankrekening van de organisator.
Artikel 10.-
Indien blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt of indien de voorwaarden van dit reglement niet werden vervuld, kan het College van de Vlaamse Gemeenschapscommiasie de toegekende subsidies geheel of gedeeltelijk terugvorderen en de betrokken organisator van verdere subsidiëring uitsluiten, en dit ongeacht de toepassing van de wettelijke bepalingen betreffende het afleggen van onjuiste verklaringen.
HOOFDSTUK III :SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN
Artikel 11.-
Het College van de Vlaamse Gemeenschapacommissie kan geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van de verplichting om te voldoen aan de voorwaarden en bepalingen van dit besluit, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding
geven. De motivering van de ontheffing wordt opgenomen in een Collegebealuit, na advies van de advieswerkgroep Para- en Postscolaire Activiteiten
Artikel 12.-
Het College van de Vlaamse Gemeenschapacommissie publiceert overeenkomstig de verordening van 1 juni 1990 houdende de uitgave van een "Memoriaal van de Vlaamse GemeenschapaCOmmiaSie" jaarlijks de lijst van de subsidies, toegekend voor activiteiten extra muros.
Artikel 13.-
Dit uitvoeringsbesluit treedt in werking op 1 september 1994.
De Collegeleden
| (get.) V. ANCIAUX |
(get.) R. GRIJP |
(get.) J. CHABERT |