Verordening 93/07
Verordening nr. 93/07
----------------------
02 maart 1994
Verordening nr. 93/07 houdende subsidiëring van activiteiten extra muros in het Nederlandstalig onderwijs in het Brusselse hoofdstedelijk gewest
I. MEMORIE VAN TOELICHTING
|
|
1. UITGANGSPUNTEN
In deze verordening schept de Vlaamse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een regelend kader voor de subsidiëring van activiteiten extra muros in het basisonderwijs en het secundair onderwijs van de Nederlandstalige Brusselse scholen.
De term "activiteiten extra muros" en de intentieverklaring 'dat geen enkele leerling mag uitgesloten worden om financiële redenen' wordt overgenomen uit de omzendbrief van de Minister van Onderwijs van 22 juni 1989. Hiermee sluit de Vlaamse Gemeenschapscommissie zich aan bij de ministeriële bepalingen terzake.
De verordening vervangt het vroegere NCC-reglement, later overgenomen door de Vlaamse Gemeenschapscommissie, dat tot nu toe de subsidies voor geïntegreerde werkperioden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest regelde.
Activiteiten extra muros worden sinds lang, zij het onder de noemer "geïntegreerde werkperioden", voor de leerlingen van de basisscholen en van de eerste graad van het secundair onderwijs georganiseerd en gesubsidieerd. Zij kunnen een belangrijke bijdrage leveren tot de kwaliteit van het onderwijs.
Enerzijds stellen wij vast dat de huidige subsidieregeling van de Vlaamse Gemeenschapscommissie niet echt tot vernieuwing aanzet, maar enkel een financiële hulp betekent voor een activiteit die hoedanook plaatsvindt.
Anderzijds is een gedeelte van de schoolbevolking sociaal-economisch achtergesteld, zodanig dat sommigen zelfs niet kunnen deelnemen aan allerlei schoolactiviteiten.
Volgens het nieuwe reglement is het pedagogisch project, geïntegreerd in de opdracht van de school, het belangrijkste criterium dat de kwaliteit moet garanderen. Daarom werden de vroegere beperking tot de eerste graad S.O. en de verblijfplaats Nederland of België weggelaten. De initiatiefnemer dient echter de subsidie zodanig aan te wenden dat geen enkele leerling omwille van financiële redenen wordt uitgesloten.
Indien de financiële middelen het toelaten schept de nieuwe regeling de mogelijkheid naast 'de deelname aan' een waardevermeerdering van de extra muros activiteiten door te voeren, bijvoorbeeld door een bijdrage in de vergoeding van externe begeleiders. Dit kan afzonderlijk geregeld worden.
De nieuwe regelgeving voor subsidiëring van activiteiten extra muros die in deze verordening en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten geformuleerd wordt, is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
- Geen enkele leerling mag om financiële redenen een deelname ontzegd worden.
- In het reglement moeten de prioriteiten van het subsidiebeleid in de sector Para- en Postscolaire Activiteiten tot uiting komen. De activiteiten extra muros moeten o.m. voldoen aan de volgende voorwaarden :
- leerlingen uit het Nederlandstalig onderwijs van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als doelpubliek hebben (geen beroepskrachten);
- een socisal-cultureel en/of vormend karakter hebben, aansluitend op het onderwijsgebeuren;
- het schoolklimaat, de schoolcultuur en de schoolorganisatie bevorderen.
- De subsidieregeling meet eenvoudig en duidelijk zijn voor de aanvrager en de administratie.
2. COMMENTAAR BIJ BEPAALDE ARTIKELEN
Artikel 2.-
De term "activiteit extra muros" wordt overgenomen uit de omzendbrief van de Minister van Onderwijs van 22 juni 1989 (zie ook de toelichting bij artikel 4.-).
Artikel 3.-
Met het begrip "activiteit extra muros" wordt hetzelfde bedoeld als omschreven inde bovengenoemde ministeriële omzendbrief. Hiermee sluit de Vlaamse Gemeenschapscommissie zich aan bij de ministeriële bepalingen terzake.
Artikel 4.-
a.een pedagogisch project heeft een vormend karakter en is niet exclusief toeristisch of recreatief van aard; de activiteit grijpt plaats in periodes dat er normaal les wordt gegeven;
b.dit zijn leerlingen van het basisonderwijs of van het secundair onderwijs;
c.hiermee worden 'vrijetijdsperiodes' of 'schoolreizen' na de eindexamens, ultgesloten.
Artikel 5.-
§1. Hier wordt de berekeningswijze van de totale subsidie vastgelegd. Het subsidiebedrag kan desgewenst door het College van de Vlaamse Gemeenschapacommissie aangepast worden. Naast de toekenning wordt ook de aanwending van de totale subsidie geregeld.
§2. Naargelang er kredieten vrijkomen kan het College subsidies toekennen die een kwaliteitsverbetering van activiteiten extra muros beogen. De concrete modaliteiten zullen bij uitvoeringsbesluit worden geregeld.
De Raad van de Vlaamse Gemeenschapecommissie heeft aangenomen en wij, het College, bekrachtigen hetgeen volgt:
HOOFDSTUK I : ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1.-
Deze verordening regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 108 ter S 3, tweede lid, 1° van de grondwet.
Artikel 2.-
Het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest subsidieert een "activiteit extra muros" binnen de grenzen van de begroting en binnen de bepalingen van deze verordening en van de uitvoeringsbesluiten.
HOOFDSTUK II : HET BEGRIP "ACTIVITEIT EXTRA MUROS
Artikel 3.-
Een "activiteit extra muros" is een meerdaagse activiteit voor leerlingen die tijdens de schooldagen en buiten de schoolmuren in internastsverband plaatsvindt.
HOOFDSTUK III : VOORWAARDEN
Artikel 4.-
Een activiteit extra muros wordt gesubsidieerd indien aan de volgende voorwaarden voldaan is:
a. de activiteit beantwoordt aan een geïntegreerd pedagogisch project;
b. de activiteit wordt georganiseerd voor leerlingen van een Nederlandstalige school of groep van scholen gevestigd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
c. de activiteit duurt ten minste drie lesdagen;
d. er wordt voldaan aan de voorwaarden in de uitvoeringsbesluiten.
HOOFDSTUK IV :SUBSIDIERING
Artikel 5.-
§1 Voor de deelname aan een activiteit extra muros worden subsidies berekend op basis van een vastgesteld subsidiebedrag per leerling en per overnachting. De subsidie moet aangewend worden om te beletten dat leerlingen omwille van financiële redenen uitgesloten worden.
2 Voor initiatieven die een waardevermeerdering van activiteiten extra muros teweeg brengen kan het college aangepaste ondersteuning uitwerken.
HOOFDSTUK IV : SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN
Artikel 6.-
Het College van de Vlaamse Gemeenschapecommissie van het Brussels HoofdstedelijkGewest zal ter uitvoering van deze verordening de nodige besluiten nemen.
Artikel 7.-
Deze verordening treedt in werking op 1 september 1994.
Artikel 8.-
Deze verordening vervangt het vroegere NCC-reglement "Richtlijnen voor subsidiëring van geïntegreerde werkweken" (beslissing van 1 september 1982).
Deze verordening wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad
De Collegeleden,
|
(get.) V. ANCIAUX
|
(get.) R. GRIJP
|
(get.) J. CHABERT
|