Collegebesluit nr. 99/202
collegebesluit nr. 99/202
-----------------------------------
4 juni 1999
Besluit houdende de subsidieregeling voor internationale uitwisselingsprojecten
Het College,
Gelet op de artikelen 127, 128, 135, 136, 163, 166 en 178 van de gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994;
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, gewijzigd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988;
Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brus-selse instellingen;
Gelet op de bijzondere wet van 5 mei 1993 betreffende de in-ternationale betrekkingen van de gemeenschappen en de gewesten;
Gelet op de bijzondere wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur;
Gelet op het collegebesluit nr. 92/290 van 20 november 1992 tot vaststelling van de modaliteiten van de uitbetaling en de controle op de toekenningen aanwending van toelagen;
Gelet op het collegebesluit nr. 99/091 van 26 maart 1999 houdende prioriteiten voor subsidiëring van onderwijsprojecten tijdens het schooljaar 1999-2000;
Gelet op het advies van de werkgroep Onderwijs op 4 mei 1999;
Na beraadslaging,
Besluit
Het College subsidieert internationale uitwisselingsprojecten binnen de perken van de op de begroting ingeschreven kredieten en op grond van de onderstaande bepalingen.
Artikel 1.-
Aan de inrichtende overheden of onderwijsverenigingen van basis- en secundaire scholen wordt een leerlinggebonden toelage gegeven voor de organisatie van internationale uitwisselingsprojecten.
Artikel 2.-
Internationale uitwisselingsprojecten in het basis- en het secundair onderwijs worden gesubsidieerd als zij aan de onderstaande voorwaarden voldoen:
1. een uitwisselingsproject is een meerdaags initiatief in samenwerking met een buitenlandse partnerschool. Uitwisselingen zijn wederkerig en vinden plaats in hetzelfde schooljaar of in twee opeenvolgende schooljaren;
2. zowel Europese als andere buitenlandse partnerscholen komen in aanmerking voor een internationale uitwisseling;
3. het project heeft een sociaal-cultureel en/of vormend karakter, sluit aan bij het onderwijsgebeuren en heeft als doel het contact tussen jongeren uit verschillende landen te bevorderen;
4. de activiteit is niet exclusief toeristisch of recreatief ;
5. de activiteit mag niet tijdens vakantieperiodes georganiseerd worden;
6. de subsidie wordt gevraagd tijdens het schooljaar waarin de Brusselse school een bezoek brengt aan de partnerschool;
7. de schooldirecteur dient de toelage met prioriteit zo te gebruiken dat geen enkele leerling om financiële redenen wordt uitgesloten.
Artikel 3.-
De subsidies voor internationale uitwisselingsprojecten in het basis- en secundair onderwijs worden begroot aan maximum de helft van de reële deelnamekosten voor elke leerling met een maximum van 5.000 BEF (124 EUR)per leerling. Het maximumbedrag per activiteit is 150.000. BEF (3.720 EUR).
Voor scholen met een onderwijsvoorrangsbeleid en scholen voor buitengewoon onderwijs wordt het subsidiebedrag met 15% verhoogd.
Artikel 4.-
De school, de oudervereniging, de vriendenkring of elke andere met de school verbonden onderwijsvereniging kan de subsidie aanvragen met het aanvraagformulier 'internationale uitwisselingsprojecten'. Alle onderwijsverenigingen vragen de subsidie in samenspraak met het schoolbestuur.
Artikel 5.-
Drie maanden na het bezoek aan de partnerschool brengt de initiatiefnemer verslag uit over de activiteiten en de besteding van de subsidie.
De initiatiefnemer verstrekt alle inlichtingen die de administratie nuttig acht voor de financiële controle, de evaluatie van de besteding van de subsidie en om de continuïteit van het VGC-beleid voor te bereiden.
Controle door de Vlaamse Gemeenschapscommissie is steeds mogelijk.
Indien blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt of indien de voorwaarden van de subsidieregeling niet werden vervuld, kan het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie de toegekende subsidies geheel of gedeeltelijk terugvorderen en de betrokken vereniging van verdere subsidiëring uitsluiten.
Artikel 6.-
Deze subsidieregeling geldt vanaf 1 september 1999.
De Collegeleden,
|
(get.) Jos CHABERT
|
(get.) Rufin GRIJP
|