Home - Zoek - Sitemap - Contactinfo - Reageer - Vacatures - Links - Brussel in kaart
Algemeen Cultuur, Jeugd en Sport Welzijn en Gezondheid Onderwijs
Situering
Beleidsteksten
Financiën
Het College
De Raad
Administratie
Bibliotheek
Gemeenschapscentra
Scholen
logo vlaamse gemeenschapscommissie

www.vgc.be > onderwijs > Subsidies > onderwijsprojecten: verordening

Subsidies

Verordening 96/005


Verordening nr. 96/005
----------------------
26 september 1996

Verordening nr. 96/005 houdende subsidiëring van projecten voor het Nederlandstalig onderwijs in het Brusselse hoofdstedelijk gewest - bekrachtiging.

 

I. MEMORIE VAN TOELICHTING

1. UITGANGSPUNTEN

Deze verordening vervangt de verordening nr. 91/10 van 22 januari 1992 houdende subsidiëring van projecten voor het Nederlandstalig onderwijs in het Brusselse hoofdstedelijk gewest.

In deze verordening regelt de Vlaamse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de subsidiëring van projecten die de kwaliteit van het Nederlandstalig onderwijs in het Brusselse hoofdstedelijk gewest bevorderen.
Het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest legt de concrete normen vast in de uitvoeringsbesluiten bij deze verordening.

Projectmatig werken kan leiden tot een kwalitatieve heroriëntering en dynamisering van het onderwijsgebeuren.
Twee invalshoeken zijn hierbij belangrijk:
Kwalitatief sterke projecten van onderwijsinstellingen helpen een meerwaarde aan het Brusselse onderwijs te geven en verdienen de steun van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Dit kan met projectsubsidies.
Anderzijds werken ook verenigingen in andere sectoren interessante initiatieven uit om het Nederlandstalig onderwijs te bevorderen in Brussel.
Het reglement voor projectsubsidiëring beschouwt ook deze verenigingen als potentiële aanvragers van een projectsubsidie.

De regelgeving voor projectsubsidies in de onderwijssector, die in deze verordening en de betrokken uitvoeringsbesluiten geformuleerd wordt, is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  1. In het reglement moeten de prioriteiten van het subsidiebeleid in de onderwijssector tot uiting komen.

    De initiatieven die gesubsidieerd worden, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

    • leerlingen en/of ouders van leerlingen uit het Nederlandstalig onderwijs van het Brusselse hoofdstedelijk gewest als doelpubliek hebben (geen beroepskrachten);

    • een sociaalcultureel en/of vormend doel hebben als aanvulling bij of ondersteuning van het onderwijsgebeuren;

    • het schoolklimaat, de schoolcultuur en de schoolorganisatie bevorderen.

  2. Ook andere, vernieuwende initiatieven moeten aandacht krijgen.

  3. Voor projecten met leerlingen en/of ouders van het buitengewoon onderwijs en van het onderwijsvoorrangsbeleid kunnen de subsidiebedragen aangepast worden.

  4. De subsidieregeling moet eenvoudig en duidelijk zijn voor de aanvrager en de administratie.

2. COMMENTAAR BIJ BEPAALDE ARTIKELEN

Artikel 4.-
a. De aanvrager kan maar moet geen erkende onderwijsvereniging zijn;
b. Het doelpubliek situeert zich in de Brusselse Nederlandstalige onderwijssector met uitsluiting van de beroepskrachten.
c. Het project zal geëvalueerd worden in overleg tussen de werkgroep Onderwijs en de directie Onderwijs.

 

II. VERORDENING

De Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie heeft aangenomen en wij het College bekrachtigen hetgeen volgt :

HOOFDSTUK I : ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.-
Deze verordening regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 166, § 3, 1° van de gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994.

Artikel 2.-
Het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest subsidieert projecten, die de kwaliteit van het Nederlandstalig onderwijs in het Brusselse hoofdstedelijk gewest bevorderen, binnen de grenzen van de begroting en binnen de bepalingen van deze verordening en van de uitvoeringsbesluiten.

Artikel 3.-
Een werkjaar begint op 1 september en eindigt op 31 augustus.

HOOFDSTUK II : PROJECTOMSCHRIJVING

Artikel 4.-
Een project wordt gesubsidieerd indien het aan de volgende voorwaarden voldoet:
a. uitgaan van een feitelijke vereniging of een vereniging met rechtspersoonlijkheid die werkt zonder winstoogmerk;
b. leerlingen of ouders van leerlingen van het Nederlandstalig onderwijs van het Brusselse hoofdstedelijk gewest als belangrijkste doelgroep hebben;
c. als doel hebben een sociaalculturele en vormende bijdrage te leveren voor de bevordering van de kwaliteit van het Nederlandstalig onderwijs in het Brusselse hoofdstedelijk gewest;
d. beantwoorden aan de vereisten in de uitvoeringsbesluiten.

Artikel 5.-
Een subsidie wordt toegekend op basis van het projectvoorstel.

Artikel 6.-
Er zijn twee projectcategorieën: A-projecten en B-projecten.

  • A-projecten behoren tot de prioriteiten die het College van de Vlaamse Gemeenschapscommis-sie vastlegt;

  • B-projecten zijn andere waardevolle projecten.

Artikel 7.-
Eenzelfde aanvrager kan gedurende hetzelfde schooljaar, per projectcategorie, slechts één subsidie krijgen.
Een project kan maximum gedurende drie opeenvolgende schooljaren gesubsidieerd worden.

HOOFDSTUK III : SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 8.-
Het College van de Vlaamse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest neemt besluiten voor de uitvoering van deze verordening.

Artikel 9.-
De bepalingen van verordening nr. 91/10 van 22 januari 1992 houdende subsidiëring van projecten voor het Nederlandstalig onderwijs in het Brusselse hoofdstedelijk gewest vervallen op 30 juni 1997.

Artikel 10.-
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1997.

 

Deze verordening wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

 

De Collegeleden,

 

(get.) Rufin GRIJP (get.) Jos CHABERT (get.) Vic ANCIAUX
 
Onderwijsbeleid van de VGC Leren Werken
contactinfo
loket