Nieuwe projecten

VERS VOER

Nieuwe regeling voor subsidies jeugdwerkprojecten

Vanaf januari 2007 komt er een nieuwe regeling omtrent de subsidies die aangevraagd kunnen worden voor jeugdwerkprojecten. De soorten projectsubsidies die door de VGC toegekendworden, worden onderverdeeld worden in drie categorieėn:
A-projecten, B-projecten en C-projecten.

A-projecten:
Dit zijn de activiteiten en acties die georganiseerd worden om de vereniging of instelling te promoten en/of leden te werven. Met deze aanvraag kan je van € 250 tot € 500 subsidies bekomen. De aanvraag dient 6 weken op voorhand ingediend te worden bij de administratie van de jeugddienst van de VGC. De A-projecten worden administratief afgehandeld,
dwz dat ze niet geadviseerd worden door de werkgroep subsidiėring. Het dossier kan samen met de jeugddienst worden opgesteld. Vragen en/of opmerkingen zijn hier dus altijd welkom. Voorbeelden hiervoor zijn: het organiseren van een vormingsweekend, een groot spel waaraan iedereen kan deelnemen, een fuif met lokale partners, een staptocht met sympathisanten, ...

B-projecten:
B-projecten zijn de uitwisselingen met buitenlandse groepen die goedgekeurd zijn door JINT vzw of het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Het gaat hier om bedragen tot € 1500. Net zoals de A-projecten worden ook deze projecten administratief afgehandeld.


C-projecten:
C-projecten zijn projecten die ingediend worden ter ondersteuning van een bijzonder, uitzonderlijk en origineel project. Deze projecten worden geadviseerd door de werkgroep subsidiėring. Als je een boeiend en speciaal project hebt kan je die dus voor een aanzienlijk bedrag laten ondersteunen door de VGC.
Er zijn 5 vaste data waartegen dit soort projecten dient binnengebracht te worden: 15 januari, 15 maart, 15 mei, 15 september en 15 november.

Alle vragen i.v.m. subsidies kan je stellen aan Ria en Yves.




Verslag van de jeugdraad van de VGC


Op 22 november kwam de jeugdraad van de VGC bijeen. In het eerste gedeelte was Dhr. Guido Fonteyn aan het woord. Fonteyn
is oud-journalist bij De Standaard en wordt beschouwd als 'de' expert als het gaat om communautaire ontwikkelingen
tussen het Vlaamse en het Waalse landsgedeelte. Maar in de eerste plaats is hij ook een echte Brusselaar die al heel wat betekende voor het Brusselse Culturele erfgoed (ondermeer vroeger voorzitter van het dagelijks bestuur van het kaaitheater, beheerder van de KUB en TV-Brussel).
Voor ons trachtte hij nog eens duidelijk de structuur uit te leggen van de VGC en waar zij voor staat. Hij begon zijn verhaal vanaf de Belgische revolutie in 1830 tot de instelling van de taalgrens in 1962 tot op heden. De verdeling van de gewest-en gemeenschapsbevoegdheden en de specifieke bevoegdheden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stonden natuurlijk ook op het menu. Daarna volgde een kort quizje over dit onderwerp om onze leden eens het vuur aan de schenen te leggen.
In het tweede deel van de vergadering diende het Stedenfonds geėvalueerd te worden. Het Stedenfonds is immers aan het eind van haar opdracht en dient dus degelijk geėvalueerd te worden. Ook aan de jeugdraad werd gevraagd over enkele thema's i.v.m. het Stedenfondsbeleid te reflecteren. Drie duidelijke stellingen kwamen aan bod die in twee werkgroepen werden besproken.
Pro's en contra's werden voorgesteld en verdedigd en/of becritiseerd. De stellingen waren de volgende:

1. Moet het Stedenfonds territoriaal werken, moet het zijn territorium beperken of dient het de activiteiten te verdelen over heel het gewest?
2. Werving van projecten. Dient het Stedenfonds met vaste partners te werken?
3. Stedelijk jeugdbeleid: wat hebben kinderen en jongeren in deze stad het meeste nodig?

De bevindingen, visies en kritische bedenkingen over dit thema vinden jullie terug in het verslag van de jeugdraad van 22 november 2006. Dat verslag kan je downloaden op de site www.kwajongradvantong.be.