n Brussel - naar homepage

Reglementering

Het inhoudelijk voorwaardenkader van het VGC-subsidiereglement voor het educatieve aanbod is afgestemd op de visieteksten 'Taalbeleid', 'Brede School' en 'Opvoedingsondersteuning'. Bij elke VGC-subsidie houdt u ook rekening met de bepalingen van het organiek reglement op de VGC-subsidies.

Vijf inhoudelijke voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor een subsidie toont de aanbieder aan dat het educatieve aanbod beantwoordt aan de vijf inhoudelijke voorwaarden. Hiervoor maakt u gebruik van de verplichte indicator per voorwaarde. Daarnaast kunt u ook gebruik maken van de niet-verplichte indicatoren. 

Voorwaarde I - schoolcontext

Het educatieve aanbod sluit aan bij de specifieke context en bij de onderwijskundige visie van de school.

  • Verplichte indicator: Het educatieve aanbod helpt scholen bij de realisatie van de leerplannen, de eindtermen of de ontwikkelingsdoelen.

Voorwaarde II - taal

Het educatieve aanbod heeft een uitdagend karakter op het vlak van taal. Het legt de nadruk op:

  • het versterken van de taalvaardigheid Nederlands bij de leerlingen;
  • het positief omgaan met andere talen.
  • Verplichte indicator: Het educatieve aanbod creëert een taalstimulerende omgeving met veel kansen tot taalproductie, via interactie met begeleiders en met andere leerlingen.

Voorwaarde III - diversiteit

Het educatieve aanbod wordt opgesteld in functie van het diverse en Brusselse schoolpubliek en maakt leerlingen bewust van de meerwaarde van diversiteit.

  • Verplichte indicatorU verzamelt informatie over de samenstelling van de leerlingengroep. Het educatieve aanbod houdt rekening met de verschillende talige, culturele, etnische, religieuze en sociaal-economische achtergronden van de leerlingen.

Voorwaarde IV - breed leren

Het educatieve aanbod versterkt en verbreedt de leeromgeving van de leerlingen.

  • Verplichte indicator: Het educatieve aanbod werkt aan een ruime waaier van kennis, vaardigheden en attitudes binnen een levensechte context die het schoolse leren overstijgt.

Voorwaarde V - participatie

Het educatieve aanbod biedt ruimte voor actieve betrokkenheid en ondersteuning van de leerkrachten, de leerlingen, de ouders en andere partners.

  • Verplichte indicatorDe leerkrachten worden actief betrokken bij de uitwerking en/of de uitvoering van het educatieve aanbod. 

Niet-verplichte indicatoren:

  • Het educatieve aanbod stimuleert het gebruik van het Nederlands bij de leerlingen, schriftelijk of mondeling.

  • Het educatieve aanbod hanteert werkvormen die inspraak van leerlingen aanmoedigen en het voorziet ruimte voor evaluatie door het doelpubliek.

  • Het educatieve aanbod stimuleert de leerlingen tot maatschappelijke participatie: ze worden voorbereid om een actieve rol op te nemen in de samenleving.

  • Het educatieve aanbod maakt gebruik van de leef- en leeromgeving van de leerlingen, het aanbod gaat in interactie met de schoolbuurt, de schoolwijk of Brussel.

  • Het educatieve aanbod bevordert de sociale- en interculturele vaardigheden van de leerlingen en leert hen omgaan met verschillen.

  • Het educatieve aanbod laat leerlingen nadenken over verschillende aspecten van taal en diversiteit, bijvoorbeeld vooroordelen, omgaan met meertaligheid en verschillen tussen taalgemeenschappen en culturen. 

Berekening van de subsidie

Het VGC-College subsidieert het educatieve aanbod van aanbieders, binnen de grenzen van de begroting. Voor elk educatief aanbod dat beantwoordt aan de inhoudelijke voorwaarden van het subsidiereglement, kan een subsidie worden toegekend.

De subsidie wordt als volgt berekend:

  • De aanbieder die aan alle verplichte indicatoren voldoet, krijgt een basissubsidie van 3.000 euro;
  • De basissubsidie wordt verhoogd op basis van de onderstaande elementen:
  1. 10% van de personeelskosten van het gesubsidieerde aanbod;
  2. 45 euro per dagdeel;
  3. de mate waarin het aanbod aan de inhoudelijke voorwaarden voldoet:

1) 150 euro voor de eerste vier niet-verplichte indicatoren waaraan het aanbod voldoet;
2) 50 euro voor elke andere niet-verplichte indicator waaraan het aanbod voldoet;

  1. een bedrag dat wordt bepaald in functie van de netto kostprijs van het gesubsidieerde aanbod en dat rekening houdt met het totale beschikbare begrotingskrediet voor aanbieders.

De subsidie kan per aanbieder jaarlijks maximaal 20% verhogen of verlagen. De toegekende subsidie kan de netto kostprijs van het initiatief niet overschrijden. De subsidie per aanbieder bedraagt maximaal 40.000 euro.

Een document met een aantal goede praktijkvoorbeelden kunt u onderaan de pagina downloaden.